maandag 29 maart 2010

Bakra

Journalistiek is voor mij nog altijd een vrij onbekend terrein. Ik ben natuurlijk nog niet eens afgestudeerd en laat ik eerlijk zijn: veel ervaring heb ik niet. En toch kan ik al wel een beetje zeggen wat me makkelijk af gaat en wat minder.
Met weinig ervaring kom je in dit vak al wel een heel eind. Je bluft makkelijk een eind weg en leert al snel om mensen te beoordelen en in te spelen op hun karakters - ook een groot voordeel op andere gebieden in het leven. En toch was ik twee weken totaal uit mijn comfort zone.
Een studiereis bracht me in Suriname: het land van het lekkere eten, de mix van culturen en het gemakkelijke leven; no spang. Eigenlijk trok het land mij in eerste instantie helemaal niet, en was ik alleen van de partij om ook maar eens met school naar het buitenland geweest te zijn. Om vooral niet te spreken over het idee dat ik had over het bedrijven van professionele journalistiek...
Het leven voor een bakra in Suriname is even wennen. Het land loopt over van de Nederlandse stagiaires en Surinames kijken dan ook niet op van een blondine meer of minder, maar als buitenlander loop je toch wel tegen een paar dingen aan.
Het begint er al mee dat je bij het aanvragen van een visum absoluut niet moet vermelden dat je journalist bent (wordt); Suriname houdt niet van betweterige/kritische journalisten (sowieso niet van Nederlanders die (denken) het beter (te) weten).
Bij het maken van afspraken moet je er rekening mee houden dat het best wel eens zo kan zijn dat jouw gesprekspartner niet of te laat komt opdagen (er zijn natuurlijk uitzonderingen) en kan het voorkomen dat je lang door moet vragen of regelmatig instanties moet terug bellen voordat je de gewenste persoon aan de telefoon krijgt.
Daarentegen is het wel veel makkelijker dan in Nederland om rechtstreeks een directeur of politicus te spreken te krijgen: er zijn maar weinig persvoorlichters. Ook moet je niet gek opkijken dat als je bij iemand thuis een interview houdt, je direct wordt opgenomen in iemands familie. De gastvrijheid en vriendelijkheid van Surinamers is grenzeloos en het zorgde ervoor dat ik me gelijk geaccepteerd voelde, al was ik dan nog een bakra.
Tegen het einde van onze studiereis (een woord waarmee je bij instanties veel voor elkaar krijgt) merkte ik dat ook ik opeens veel minder het nut van tijd zag en dat ik makkelijker werd met het nakomen van afspraken. Ik ging een stuk relaxter naar huis, dan dat ik twee weken daarvoor was aangekomen.
In Nederland is het helaas wel makkelijk om snel in je oude ritme te vervallen. Nu drukken afspraken en deadlines weer zwaar op mijn schouders en ben ik letterlijk ziek geworden van de stress.
Een paar wijze lessen heb ik gelukkig wel geleerd, waaronder no spang.

'I don't care what you think, as long as it's about me'
Fall Out Boy - I Don't Care

donderdag 4 maart 2010

Kings in HMH

Bij een concertbezoek word je vaak getrakteerd op een extra show, namelijk het voorprogramma. Hoewel het publiek niet om deze acts heeft gevraagd, worden de bands van een voorprogramma vaak wel enthousiast ontvangen en werkt het als opwarmertje voor de echte artiesten.
Bij het 30 Seconds To Mars concert afgelopen dinsdag in de Heineken Music Hall mochten er maar liefst twee bands de rockband inluiden. Opener Lost Alone bleek echter een grote teleurstelling: hun heavymetal sound was niet iets dat 30-liefhebbers verwachtten.
Street Drum Corps maakte de verwachtingen ook niet helemaal waar, al was de frontman energieker en leuker om naar te kijken. De percussieband was vooral verrassend door hun opmerkelijke performance, inclusief het gebruik van vaten, containers, keukengerei en sportattributen. Na wat gegoogle wordt duidelijk dat het niet zomaar een band is, maar dat leden van Good Charlotte, No Doubt, Bad Religion en Linkin Park al het podium met het drietal hebben gedeeld. Ook hebben ze op de Van's Warped Tour gespeeld en is Bert McCracken van The Used een groot fan. Niet te snel oordelen over deze formatie, dus.
Maar net zoals de avond een moeilijke start had, zo ook de frontman van 30 Seconds Jared Leto. De eerste nummers van de Into The Wild Tour klonken moeizaam en schreeuwerig, wat ook kwam door het slecht afgestemde geluid. Helaas betaalde Leto hiervoor de prijs en leek hij moeilijk op gang te kunnen komen. Aan de energie van het publiek lag het in ieder geval niet; zelfs de ingewikkeld geïnstrueerde mosh pit ('Clockwise' - aldus Leto) kwam goed uit de verf. Mede door het ruige Buddha For Mary en Search And Destroy.
Leto's stem was later op de avond helemaal in orde. De oudere nummers A Beautiful Lie, The Fantasy en From Yesterday klonken zoals ze horen en de aandacht van het publiek leek de frontman energie te geven (op internet schrijven veel fans dat hij stoned was - en inderdaad, Leto blijkt een groot fan te zijn van de vrije regels in Nederland).
Grote hoogtepunten waren Leto's vertoning op het vipbalkon en de uitvoering van de single Kings and Queens, waarbij vooraanstaande fans het podium mochten beklimmen. Zij zullen de avond van hun leven gehad hebben, voor de rest was de show overall een mager aftreksel van het album This Is War.

'These lessons that we've learned here have only just begon'
30 Seconds To Mars - Kings and Queens