zaterdag 19 september 2009
Zwijn
Al maanden lang hoor ik niets anders dan Mexicaanse griep dit, varkensgriep dat. Je moet onder een wel hele zware steen hebben gelegen, wil je dat gemist hebben. En het is natuurlijk ook niet niets: iedereen is potentieel slachtoffer, de risicogroep daargelaten. Niet dat ik me nu zo'n verschrikkelijke zorgen maak: als je het krijgt, krijg je het. Ik ga me niet druk maken als het nog niet nodig is: het vermijden heeft naar mijn idee niet zo veel nut. Maar dat betekent niet dat de mogelijkheid van besmetting er niet is. Of dat het niet ernstig is. Ja, er gaan mensen dood. En ja, het is maar een griepje, maar toch: er gaan mensen aan dood. Hoe dan ook: je kunt er tegenwoordig niet om heen. Het kabinet stuurt folders naar ieder huishouden in Nederland, op werkplekken staan tips om je plek zo bacterievrij mogelijk te houden. Allemaal goed en aardig, maar wat ook zo is: je handen wassen helpt alleen, als de ziektedrager dat ook doet. En heeft hij kwaad in de zin of het idee dat het niet zo belangrijk is, dan maakt het allemaal geen fuk uit. Er is gesteggel geweest om de titel, trouwens. Mocht het geen Mexicaanse griep heten omdat dat teveel zou suggereren dat het uit Mexico komt (hoewel de titel niet verwijst naar de herkomst van de ziekte, alleen waar deze voor het eerst is waargenomen), de varkensgriep bleek ook geen goed alternatief (imagoschade voor varkensvlees of uit geloofsovertuiging). Nu heeft het officieel het Nieuwe Influenza A (H1N1). Makkelijk om te onthouden, rolt lekker over de tong. En inmiddels wereldwijd geaccepteerd. Maar nu zat ik van de week bij een college, waar de docent het opeens had over Swine Flu. Swine Flu? Ik dacht even dat ik toch echt onder die steen gelegen had, want van deze aandoening had ik nog nooit gehoord. Medestudenten haakten echter gelijk in op het onderwerp, dus stond ik daar in mijn eentje met mijn mond vol tanden. Uiteraard betreft het hier ook het Nieuwe Influenza. En duidelijk mag zijn dat dit de algemeen bekende Engelse term is voor de griep. Maar ik heb deze benaming nog nooit in Nederland gehoord. Waar komt de drang vandaan om in college ineens alles in de taal van de wereld te zeggen? Voor ons, Nederlanders, is zoiets realistisch en dicht bij huis toch het fijnste om in de eigen taal te horen? Of heeft dat te maken met het feit dat Journalisten graag doen alsof ze alles weten en alles in het Engels een stukje mooier en interessanter klinkt? Ik weet het niet, maar het klinkt me nog altijd raar in de oren. Mocht ik Nieuwe Influenza A (H1N1) te pakken krijgen, dan zal ik eens goed mijn oren moeten openzetten en kijken welke term er tegen die tijd het meest geaccepteerd is. Voor mij blijf het lekker de 'griep'.
maandag 14 september 2009
Beleving
2005, Ahoy, Rotterdam. Eindelijk ga ik dan mijn favoriete band in concert zien. Maanden heb ik naar deze dag uitgekeken. Ik heb vijf uur voor de evenementenhal gezeten, gelukkig was het mooi weer. Ik had enkel wat te eten en drinken bij me, verder niets. Een paraplu, ja, voor het geval dat. Na een paar uur vormde zich voor de deuren van Ahoy een rechte lijn over het plein van groepjes fans. Mensen die net als ik zo graag vooraan wilden staan. Ja, wat ik al niet overhad voor een band. Maar hoe dan ook is die avond er een die ik niet snel zal vergeten. Ik heb alle zintuigen toen wagenwijd opengezet en ik heb alle indrukken diep in me opgenomen. Ook die van het lauwe bier in mijn nek en het gevoel toen ik flauwviel door de drukte. Het ging er heel anders aan toe bij een concert in december vorig jaar. Toen stond ik niet vooraan en hoewel dat nu niet een van mijn prioriteiten meer is, je maakt een rockconcert dan toch heel anders mee. Het was weer in Ahoy, maar de 'vibe' hoog op de tribunes is heel anders dan op de vloer. Maar daarnaast heb ik het idee dat mijn beleving van die laatste avond in Ahoy heel anders is dan de eerste door een andere factor. Ik heb dit concert namelijk voornamelijk vanaf een beeldscherm bekeken. En niet vanaf de grote monitor omdat ik het podium maar met moeite kon zien, nee vanaf mijn kleine, twee bij drie centimeter grote, schermpje op mijn digitale camera. Ik heb namelijk alles willen vastleggen. Iedere leuke uitspraak, elk mooie danspasje en elke grap wilde ik vereeuwigen in mijn persoonlijke collectie. Want de laatste tijd film ik veel bij concerten. Maar eigenlijk is het zo ontzettend zonde. Als je een concert op een schermpje wilt zien, kun je net zo goed wachten tot de dvd uit is. Dat scheelt ook nog eens een hoop geld. Er gaat een hoop sfeer aan je voorbij als je alleen maar bezig bent met filmen. Je moet er bovendien ook nog eens op letten dat je zelf niet te hard meeblèrt, want ook dát wordt vastgelegd. Die filmpjes kijk ik nooit meer. Wel denk ik vaak terug aan de concerten waar ik met mijn volle verstand bij was. Ik heb me voorgenomen om nooit meer een camera mee te nemen naar een optreden. Alleen op die manier kan ik 100% van een artiest en de muziek genieten en beleef ik het op de manier zoals het bedoeld is.
zaterdag 12 september 2009
Bedmens
Ik ben gek op bedden. Ik kan wegdromen bij mooi opgemaakte bedden in tijdschriften. Ik loop verrukt over de slaapkamer afdeling van de Ikea. Ik heb duizend kussens en kan zo nog een paar leuke dekbedhoezen kopen. Ik hou er van om in bed te liggen, te hangen of te lezen - van midden op de dag tot 's avonds laat. Ik hou alleen minder van het bed opmaken. Ik heb een jaar geleden een tweepersoonsbed gekocht. Hiervóór moesten mijn vriend en ik namelijk elk weekend mijn matras van het bed halen en naast het extra matras op de grond leggen, wilden we lekker knus naast elkaar slapen. Ik heb nu een prachtig bed met een stalen zwarte frame, met bolletjes op de hoeken. Ik ben er helemaal weg van. Maar wat ik me nu al een tijdje afvraag: waaraan geef ik later de voorkeur? Nu vind ik het namelijk heerlijk om naast mijn vriend in slaap te vallen, dicht tegen elkaar aan. Maar ik moet toegeven dat ik het ook wel eens fijn vind om alleen in mijn bed te liggen. Zonder dat je moet oppassen dat je de ander wakker maakt als je je omdraait. En het is al helemaal lastig als je verkouden of ziek bent: bij elke snotter voel ik me minder op mijn gemak omdat ik mijn vriend ook niet uit zijn slaap wil houden. Trouwens, ik word ook wel eens wakker als hij beweegt en het hele bed mee schudt of als hij de dekens van me aftrekt. Het is behelpen. Mijn ouders slapen al zo lang ik me kan herinneren in verschillende bedden. Twee matrassen op twee aparte bedframes die wel tegen elkaar aanstaan. Maar met ieder zijn eigen dekbed. Als je zo lang bij elkaar bent als mijn ouders hoef je misschien inderdaad niet meer zo nodig elke nacht lepeltje-lepeltje te liggen en het schept een stukje privacy, maar ik denk toch dat ik de intimiteit zou missen. Mijn schoonouders daarentegen hebben nog een smal tweepersoonsbed. Zij moeten elkaar geregeld wakker maken, maar niets heeft hen er nog toe gezet om het net als mijn ouders op te lossen. Ik denk dat deze voorkeuren een beetje typerend zijn voor het soort mens dat ze zijn. Mijn ouders verschillen zó van mijn schoonouders. De ouders van mijn vriend raken elkaar vaak liefdevol aan en hoewel ik weet dat mijn ouders veel van elkaar houden, ik zie dat niet vaak bij hen gebeuren. Mijn schoonouders zijn vrijer, opener en ongeremder. Zij doen wat ze willen en halen het niet in hun hoofd om zich te schamen voor wie ze zijn. Ras-Amsterdammers. Mijn ouders zijn Rotterdammers en toch net wat preutser. Je hoort mensen vaak zeggen: ik hoop niet dat ik zo als mijn moeder word! Dát zul je van mij niet horen. Maar het geldt wel voor intimiteitgehalte dat ik hoop nog jaren te hebben: doe mij maar lekker een knus, warm tweepersoonsbed. Ik zou er hele dagen in kunnen blijven liggen.
donderdag 10 september 2009
Hond
Honden. Als ik ergens een hekel aan heb, zijn het honden. Ik ben meer een 'kattenmens', al kan ik dat niet eens zeker weten: ik heb nooit katten gehad en ik vermoed dat als ze dichtbij komen, ik alsnog angstig ben voor die nagels. Trouwens, ik hou helemaal niet van dieren. Ik had vroeger een hamster, Roza, maar toen ze een keer fel in mijn handpalm beet, was mijn liefde voor het kleine beestje ver te zoeken. Ik had ook twee goudvissen, daar ben ik dan wel altijd dol op geweest. Tot de moeder van mijn beste vriendin ze dood liet gaan tijdens een vakantie en mijn moeder ze door de wc spoelde. Maar ik weet in ieder geval zeker dat ik níet van honden hou. In groep acht had ik een vriendinnetje, dat ook bij mij in de straat woonde. We konden het goed met elkaar vinden en we logeerden vaak bij elkaar. Op een ochtend maakten we ontbijt. Ze had twee honden, waar ik eigenlijk niet zo veel problemen mee had. Dacht ik. Die ochtend sprong een van hen tegen me op. Midden in de woonkamer, met haar voorpoten op mijn schouders (bijna) en opeens zo'n grote kop voor me. Ik schrok me wild. Volgens mij heb ik er sinds het incident nooit meer een voet binnengezet. De vriendschap was ook snel over. En nu, jaren later, kan ik alleen maar denken dat het natuurlijk helemaal nergens op sloeg. Een vriendschap laten doodbloeden door iets, is helemaal nergens voor nodig. Maar ik was elf en vond het eng. Ik heb die vriendin geloof ik nooit proberen uit te leggen waarom ik geen zin meer had om langs te komen. Een paar jaar later had mijn beste vriendin ook een hond, een Jack Russell. Toen ik voor het eerst naar haar huis ging, was ik als de dood. Maar ik was ook vastberaden: ik zou zoiets een vriendin niet nog eens aandoen. Ik was er ook heel eerlijk over. Het beestje sprong inderdaad tegen me op, al kwam deze dan niet zo hoog. De zenuwen sloegen toe, maar ik gedroeg me het beste als ik kon en zowaar had ik er daarna helemaal geen problemen meer mee. De hond van mijn vriend is een schatje. Die springt niet en blaft niet regelmatig. Zelfs van het uitlaten kan ik nu genieten. Maar ik moet ook toegeven dat als we dat doen er we komen een grote, loslopende hond tegen, dat ik dan zonder twijfel een blokje om loop. Mijn vriend verklaart me voor gek, maar ik weet het gewoon zeker: doe mij maar een lieve kroelpoes.
woensdag 9 september 2009
Sardientjes
Een keer per week ga ik zwemmen. Ik deed vroeger aan wedstrijdzwemmen (lekker, doordeweeks om vijf uur op), en het zwemgevoel is de laatste tijd weer gaan kriebelen.
Nu is er bij mij in de buurt geen fatsoenlijk wedstrijdbad en moet ik genoegen nemen met drie smalle baantjes van vijftien meter (waarvan een er wordt gebruikt als 'babbelbaan'). Dat is jammer, want voordat ik het gevoel heb dat ik lekker bezig ben, kan ik al weer omkeren. Toch weerhoudt dit mij er niet van om elke week een uur erg mijn best te doen om ten minste veertig baantjes te zwemmen. Maar nu is het zo dat vlak voordat het bad wordt vrijgesteld voor baantjeszwemmers, er een cursus watergym wordt gegeven. Deze vrouwen moeten standaard nog een paar baantjes uitzwemmen. Baan 1 is de babbelbaan, 2 de slow-baan en 3 de speed-baan. Echter niemand geeft daar gehoor aan. Ik zwem altijd met mijn hippe (...) zilveren zwembrilletje op. Niet in de eerste plaats omdat het chloor hardnekkig is, maar ik loop ook de kans om een lens kwijt te raken. Ik moet toch zien waar ik zwem. Geregeld wordt ik afgesneden door iemand die zichzelf heeft wijsgemaakt dat zijn of (voornamelijk) haar zwemkwaliteiten tot zijn recht komen in de speed-baan. En ik wil niet zelfingenomen klinken, maar neem mij niet kwalijk als ik zeg dat deze mensen zichzelf redelijk overschatten. De laatste twee weken (daarvoor was het rustiger in verband met de zomervakantie) zwemmen we, ook in de speed-baan, netjes achter elkaar. Als een lopende band zwemmen we achter elkaar rondjes. Daartussen de vrouwen van de zwemgym. Je kunt je misschien voorstellen, dat dit voor mij erg frustrerend is, aangezien ik ook wel eens lekker hard wil. Tussen de banen door gaat niet, want vrouwen moeten kletsen en zwemmen naast elkaar. De badmeesters kwamen gisteren met iets nieuws: op de zwembadrand stond een bordje met: 'Hier niet babbelen, dames'. Zij hebben namelijk de neiging om aan het einde van elke baan te gaan kletsen. Ik ben gewend (dat is er vroeger ingeramd) om altijd mijn baantjes af te maken en af te tikken. Dat zit er nu dus niet in, want voor je het weet prik je in een kletsende vetrol. Aan het einde van de avond werd het rustiger. Moeders gingen naar huis, diehards bleven achter. Opeens was ik omringd door mannen van middelbare leeftijd die - eveneens met een stoer zwembrilletje op - hun kans pakte om lekker door te zwemmen. Maar plotseling viel het me op: ik was inmiddels wel de sloomste.
Nu is er bij mij in de buurt geen fatsoenlijk wedstrijdbad en moet ik genoegen nemen met drie smalle baantjes van vijftien meter (waarvan een er wordt gebruikt als 'babbelbaan'). Dat is jammer, want voordat ik het gevoel heb dat ik lekker bezig ben, kan ik al weer omkeren. Toch weerhoudt dit mij er niet van om elke week een uur erg mijn best te doen om ten minste veertig baantjes te zwemmen. Maar nu is het zo dat vlak voordat het bad wordt vrijgesteld voor baantjeszwemmers, er een cursus watergym wordt gegeven. Deze vrouwen moeten standaard nog een paar baantjes uitzwemmen. Baan 1 is de babbelbaan, 2 de slow-baan en 3 de speed-baan. Echter niemand geeft daar gehoor aan. Ik zwem altijd met mijn hippe (...) zilveren zwembrilletje op. Niet in de eerste plaats omdat het chloor hardnekkig is, maar ik loop ook de kans om een lens kwijt te raken. Ik moet toch zien waar ik zwem. Geregeld wordt ik afgesneden door iemand die zichzelf heeft wijsgemaakt dat zijn of (voornamelijk) haar zwemkwaliteiten tot zijn recht komen in de speed-baan. En ik wil niet zelfingenomen klinken, maar neem mij niet kwalijk als ik zeg dat deze mensen zichzelf redelijk overschatten. De laatste twee weken (daarvoor was het rustiger in verband met de zomervakantie) zwemmen we, ook in de speed-baan, netjes achter elkaar. Als een lopende band zwemmen we achter elkaar rondjes. Daartussen de vrouwen van de zwemgym. Je kunt je misschien voorstellen, dat dit voor mij erg frustrerend is, aangezien ik ook wel eens lekker hard wil. Tussen de banen door gaat niet, want vrouwen moeten kletsen en zwemmen naast elkaar. De badmeesters kwamen gisteren met iets nieuws: op de zwembadrand stond een bordje met: 'Hier niet babbelen, dames'. Zij hebben namelijk de neiging om aan het einde van elke baan te gaan kletsen. Ik ben gewend (dat is er vroeger ingeramd) om altijd mijn baantjes af te maken en af te tikken. Dat zit er nu dus niet in, want voor je het weet prik je in een kletsende vetrol. Aan het einde van de avond werd het rustiger. Moeders gingen naar huis, diehards bleven achter. Opeens was ik omringd door mannen van middelbare leeftijd die - eveneens met een stoer zwembrilletje op - hun kans pakte om lekker door te zwemmen. Maar plotseling viel het me op: ik was inmiddels wel de sloomste.
dinsdag 8 september 2009
Pasfoto
Ik ben gisteren geslaagd voor mijn theorie examen. Mijn rijschool organiseerde op zaterdag een spoedcursus en op maandag examentraining. 's Middags reden we met de hele groep in een busje naar het CBR. Pasfoto en identiteitsbewijs mee. Ik ben vorige week nog speciaal naar de fotograaf geweest om pasfoto's te laten maken - zo'n lekkere saaie met het haar achter je oor (fijn, zo'n blote billen gezicht). Stiekem probeer ik toch altijd een beetje te lachen, waardoor ik nu met een verwrongen anti-glimlach op de foto sta. En het ergste is nog: deze foto prijkt niet alleen op mijn theoriecertificaat en (hopelijk) snel ook op mijn rijbewijs, maar is ook voor een lange - lange - tijd te zien op mijn rijschool. Ze hebben namelijk een hele muur omgedoopt tot spotpaal voor alle rijleerlingen. Bij aanvang van de cursus moesten we allemaal twee pasfoto's inleveren, waarvan er maar een bij het CBR aankomt. De ander wordt op de muur geplakt en blijft daar vermoedelijk jaren hangen. Voor elke nieuwe leerling is het natuurlijk dolle pret om een bekende te zoeken en je eigen foto te vergelijken met die van anderen. Uiteraard zag ook ik een paar (oude) bekenden: sommige ken ik alleen van gezicht, met anderen ben ik lang bevriend geweest en andere ken ik via via. Zo zijn de foto's van kennis I. en E. netjes boven elkaar gehangen, ze waren destijds een stel. Conclusie: lekker samen theorie cursus volgen en tegelijk theorie examen doen. Gezéllig. Nu is de relatie al lang voorbij en kunnen ze elkaar niet meer luchten of zien. Ook vriendin A. herkende ik, het was zelfs een pasfoto van de middelbare school. Het scheelt: zíj zullen mijn pasfoto in ieder geval niet meer zien hangen (ik ben erg laat begonnen met rijlessen). En ik weet niet of alleen degene die geslaagd zijn voor de theorie worden opgeplakt, of iedereen daartoe een poging doet. Of alleen degene die zijn rijbewijs ook daadwerkelijk haalt. Maar als dat laatste zo is: dan kan ik niet wachten totdat ik met mijn vreselijk verveelde smoel ook eindelijk op de Wall of Fame and Shame wordt geplakt!
Abonneren op:
Posts (Atom)
