woensdag 23 december 2009

Het Kerstgevoel

Een vriendin van me zit in Suriname. Met kerst. En ook met Oud en Nieuw. In maart ga ik ook twee weekjes, naar dezelfde plek waar zij zit, bij hetzelfde tijdschrift: voor school. Maar zij zit er drie maanden. Met kerst.
Ik hou van kerst. En dan vooral het samenzijn met familie - wat dit jaar dus niet is weggelegd voor Vriendin. Volgens mij heb ik het al meerdere keren gezegd, maar vooral omdat ik zo blij ben dat het dit jaar anders is: vorig jaar kon ik niet echt genieten van de kerst, of de vakantie. Maar dit jaar ben ik er helemaal klaar voor.
Al twee weken zoek ik stad en land af, voor de perfecte cadeautjes. Want goede (schoon)dochter als ik ben: ik hoop wel iedereen iets te geven wat ze kunnen waarderen. En daar zit hem natuurlijk het punt: ik vind het ontzettend leuk om cadeautjes te geven. Ik vind het super om voor iedereen (ouders, schoonouders, schoonzusje en oma - oh, vriend niet te vergeten) een gepast presentje te vinden, zelfs zonder het aan de betreffende persoon te vragen. En da's vaak een hele klus, want mijn schoonzusje is een totaal ander persoon dan ik, dus het kost me altijd wat moeite om me in haar te verplaatsen. Maar, durf ik wel ze zeggen, ik denk dat ik iedereen heel blij ga maken.
Natuurlijk hoeft het niet, al die cadeautjes en al het geld dat maar over de toonbank vliegt. Nee, maar het maakt kerst wel leuk. Ik vind het fijn als ik aan anderen kan laten zien dat ik aan ze heb gedacht en dat ik ze dankbaar ben. Vooral mijn moeder dit jaar, want grootste sponsor voor Finland.
Ook mijn oma verdient iets extra's. De feestdagen worden voor haar zwaar: het is eerste jaar dat ze kerst viert zonder mijn opa. Maar we zijn van plan haar goed af te leiden en eventueel vol te gooien met goeie rode wijn - dat maakt oma altijd heel melig, tot groot vermaak van allen.
Er zit wel een keerzijde aan die cadeautjes: ze ontvangen vind ik een stuk minder leuk. Al die aandacht, al die ogen... nee, ik ben meer van 'op de achtergrond'. Maarja, doorbijten en overheen zetten, en stiekem is het natuurlijk wel erg leuk...
Het is een van de weinige keren in het jaar, dat men mij kan zien in een jurkje. Of op hakken en in een panty. En vandaag nog even snel naar de kapper geweest, want veel te lang geleden... Gelukkig geen 'en, nog plannen voor de kerst' gesprekken, maar ongedwongen lekker schaamteloos om me heen gekeken, en me verbaasd over het feit dat iedereen zich een dag van te voren zorgen maakt over hoe hij/zij eruit ziet.
Kerst zorgt voor een apart, fijn gevoel: alsof alles even volmaakt is. Natuurlijk is het verre van dat, maar even doen alsof is fijn. Even niet denken aan school, werk of de toekomst, even alleen in het hier en nu. En dat is niet gemaakt, of fake: we besluiten collectief om de rest even uit ons hoofd te zetten. In het nieuwe jaar maken we ons wel weer druk.

'I don't care about the presents underneath the Christmas tree'
Mariah Carey - All I Want For Christmas

dinsdag 22 december 2009

Kerstwens

Voor het eerst sinds jaren heeft het weer eens behoorlijk gesneeuwd. En dat geeft de straten een fijn, winters uiterlijk. Maar tegelijkertijd ligt meteen heel Nederland op z'n gat: niets werkt meer naar behoren, van het openbaar vervoer kan je niet meer op aan en zelfs de snelwegen zijn niet zonder gevaar. Rijexamens lopen op deze manier ook erg in de soep, kan ik je wel vertellen.
En toch is het leuk. Want het is nu eenmaal bijna Kerst, en ik kan me de laatste keer dat we een witte kerst hadden niet eens meer herinneren. Maar dit jaar komt het nu net een beetje ongelukkig uit. Dus ik, en ik denk in tegenstelling tot de meesten, wens dit jaar niet voor een winterse, witte kerst. Want met slecht weer stijgen vliegtuigen ook niet op. En om mijn kerstvakantie de ultieme te maken, zou ik toch wel graag de zevenentwintigste opstijgen naar het nog veel koudere Finland.

'Think twice - that's my only advice'
Gnarls Barkley - Crazy

maandag 21 december 2009

Politiek, circus en akoestisch vermaak

Lijstjes. Ik ben gek op lijstjes. En aangezien het einde van het jaar nadert, is het tijd voor een van de belangrijkste lijstjes van het jaar: best releases 2009.
Vorig jaar, toen ik nog werkzaam was bij een platenzaakje, werd me ook gevraagd om zo'n lijstjes op te stellen, van de tien beste platen die dat jaar waren uitgekomen. Maar aangezien ik toen net in het wereldje kwam kijken, was het een pittige klus om tien platen te vinden die ik de moeite waard vond om te noemen en waarmee ik kon aankomen bij mijn collega's.
Dit jaar was het een stuk minder moeilijk. Met name omdat ik mijn #1 band met stip op nummer 1 kan zetten. Green Day kwam in mei met de lang verwachtte opvolger van wereldwijd succes American Idiot: 21st Century Breakdown. Hoewel het toch niet aan al mijn verwachtingen voldoet en het een beetje blijft hangen in vergane politieke situaties - ik zou mijn jarenlange respect voor de band teniet doen, zou ik het album niet op de eerste plaats zetten.
Op #2 volgt een album dat, was 21stCB er niet geweest, zeker op #1 zou hebben gestaan: Artwork van The Used. Mijn interesse in de band volgde op een zekere hysterie rondom een andere band, maar heeft zich bewezen als een waardevolle en unieke aanvulling tot mijn verzameling van bands waarvan ik absoluut niets wil missen. Met het bijzondere, emotionele nummer Kissig You Goodbye, dat zelfs mijn moeder ontroert, weet de band mijn eeuwige respect te winnen.
#3 wordt opgevuld door Brand New Eyes van Paramore, nog zo'n parel van een band die door fascinatie wat betreft anderen bij mij interesse heeft opgewekt. Het inmiddels derde studio album van de formatie met Hayley Williams (een rockchick te vergelijken met Avril Lavigne en Kelly Clarkson, wat ze zelf niet erg kan waarderen). Vooral Decode, de soundtrack van vampierfilm Twilight, ligt aangenaam in het gehoor.
Op #4 staat een album dat niet kan ontbreken in mijn lijstje: het live album van Pink: Funhouse Tour. Op #5 volgt een verrassing. Het is een band die ik jaren geleden op een festival eens live heb gezien, maar welke me toen niet echt kon boeien. Maar met The Resistance blijkt Muse een band die verassend uit de hoek komt. Vooral Uprising en Resistance zijn nummers die fel en dringend klinken - hoewel erg overeenkomstig met nummers van Queen.
Nummer #6 is voor Franz Ferdinand met Tonight. Vooral het concert dat ik van ze heb gezien in november heeft me tot een Franz Ferdinand mania gedreven. Op #7 staat een band waarvan ik nooit lyrisch ben geweest, maar met dit album hebben ze me toch weten te overtuigen: Within Temptation met An Accoustic Night At The Theatre. Na verschillende optredens waarbij zangeres Sharon Den Adel niet zuiver van stem was, had ik het een beetje gehad met de band. Op dit album blijkt ze toch wel degelijk goed live te kunnen zingen en met single Utopia is helemaal niets mis.
White Lies met To Lose My Life prijkt op #8. In eerste instantie kocht ik dit album om te weten wat hun sound is, om me voor te bereiden op hun concert op Pink Pop. Maar ze bleken meer dan 'alleen een bandje die ik wel wilde zien' en spreken met hun teksten over de dood erg tot de verbeelding.
Ik heb een tijdje getwijfeld over de plaatsen 9 en 10. Ik kom tot de conclusie dat de volgorde me om het even is, maar het lijstje wordt afgesloten door Billy Talent met Billy Talent III en Lily Allen met It's Not Me, It's You. Allebei platen die zich lekker laten beluisteren op sombere dagen en aan de andere kant ook om je te laten realiseren dat het leven nog zo slecht niet is.
Kortom: het is een goed jaar geweest voor de muziek. Met de dood van Michael Jackson kwam er een einde aan de King Of Pop, maar tegelijkertijd zijn er ook een hoop nieuwe Kings en Queens bijgekomen. Daarover gesproken: ik ben erg benieuwd naar het nieuwe album van 30 Seconds To Mars This Is War (de eerste single Kings and Queens is veelbelovend) en vraag me af of ik die op de valreep nog in mijn lijstje moet opnemen.

'If you give me some room, there will be room enough for two'
Pink - Leave Me Alone (I'm Lonely)

donderdag 17 december 2009

I had a dream...

Als ik zo terug denk, was het voor mij al snel duidelijk 'wat ik wilde worden, later als ik groot ben'. Nog voordat we in groep acht serieus met het vraagstuk bezig gingen, stond het voor mij als een paal boven water: ik word journalist. Bijna nooit heb ik iets anders gewild.
Bijna nooit. Want dromen van vroeger vergeet je niet zo snel. Ik weet bijna zeker dat er een periode is geweest waarin ik prinses wilde worden. Ik was nu eenmaal een 'meisjes meisje' (sorry voor de afschuwelijke term). Gelukkig, kan ik wel stellen, ben ik over deze ambitie heen en daarna ging ik het zoeken in de wat meer realistische beroepen.
Er is een lange tijd geweest dat ik zeker wist dat ik later met een vriendinnetje een High Thea restaurantje zou openen. Mijn vriendinnetje zou dan alles regelen, ik zou zorgen voor de gebakjes en lekkernijen. Ik ben nog steeds erg dol op het bakken van cake en dergelijke (ook al is dat tegenwoordig geen kunst meer, dankzij de pakken van Koopmans en Dr. Oetker), maar de vriendschap is allang voorbij en daarmee is ook een beetje de droom vervlogen. Ik sluit echter niet uit, dat het een goed reddingsplan is, mochten er de komende tien jaar nergens meer journalisten aangenomen worden.
Klasgenootjes hadden vaak ambities als advocaat, dierenarts, piloot of zangeres. Ik heb nooit verder gekeken dan mijn neus lang is en besloot dat te gaan doen waar ik dacht dat ik goed in ben: schrijven. Een riskante keus. Want wie zegt dat ik zo leuk schrijf als ik zelf denk? Krantenartikelen, achtergrond verhalen en interviews: het is voor mij allemaal geen probleem meer. Opiniestukken en recensies des te meer. Want daarin komt de persoon die ik ben, en waar ik voor sta, naar voren. Zolang ik objectief kan zijn, ben ik in mijn element, alles daarbuiten vind ik nog steeds wat eng.
Al vanaf kinds af aan ben ik dag en nacht bezig geweest met hetgeen wat ik het allerliefste doe: schrijven. Ik vind het mooi dat ik daar mijn beroep van kan maken. Maar het is een pad waarvan ik niet meer wil afwijken. En aangezien de huidige situatie voor journalisten niet optimaal is, begin ik me een beetje zorgen te maken. Want hoe zeker is het eigenlijk, dat ik dit de rest van mijn leven mag blijven doen? Nog een half jaartje school. Maar ik vrees dat ik, in plaats van mij te storten op het vak dat ik zo graag doe, me nog maar eens moet gaan verdiepen in al de andere dingen die me aanspreken. Just to be sure.

'I'm just a painter and I'm drawing a blank'
Fall Out Boy - Don't You Know Who I Think I Am?

dinsdag 15 december 2009

Dag opa

Nooit meer een koekje bij de thee. Nooit meer lauwe koffie, met veel te veel melk. Nooit meer spelen met treintjes, nooit meer je kleinkind zomaar een briefje van tien in de hand stoppen, omdat je zo gul was. Nooit meer gekibbel van de dames op de afdeling, nooit meer een liefdevolle aai over de bol. Nooit meer me opwarmen in jouw grote handen, die hun hele leven zo hard hebben gewerkt. Nooit meer verdrietig omdat je de laatste tien jaar zo slecht zag. Nooit meer zeker weten dat we aan jouw goede kant zaten, bij het oor waar je nog wel wat mee hoorde. Nooit meer luisteren naar jouw vele verhalen, over vroeger, de wereld die nog wel zo dicht bij je was; de oorlog, je werk bij de Shell of als loodgieter, je familie en je broertje, over je leven in Coevorden. Nooit meer je duwen in de rolstoel, met die gekke hoofdsteun en die vervelende voetenplankjes. Nooit meer aan je veters trekken, of knopen van je overhemd trekken. Nooit meer op de tafel tikken, totdat de medebewoners van Roef er gek van werden - maar ze vonden het ook wel leuk, want je was de enige man op de kamer. Nooit meer op zoek naar je schoenen, je overhemden of het scheerapparaat: erg netjes waren ze bij Hannie Dekhuizen niet, wel lief. Nooit meer verbazen over de akelige ziekte die je al jaren in zijn greep had; nooit meer ongrijpbare voorvallen of zorgen om je maken. Nooit meer grapjes over je grote oren, nooit meer gissen naar alle gedachtes en herinneringen die zich afspeelden in dat kale, bolle hoofd, achter je blauwe ogen. Nooit meer zeggen 'Dag opa, tot de volgende keer', en weten dat je er niets van begrijpt. Nooit meer jouw eeuwige humor, jouw opmerkelijk geestige opmerkingen over de wereld om je heen of in je hoofd. Nooit meer vastbinden op bed, nu ben je eindelijk vrij. Eindelijk vrij, om alles los te laten dat je nog hier bij ons hield. Hoeveel dat ook was.

zondag 13 december 2009

Bolletjes

Tijdens een workshop Filmkritiek in het filmhuis van Den Haag, spraken de gasten (vooraanstaande filmcritici) over het beoordelen van films. Journalisten krijgen vaak een week voor de premiere een voorvertoning van een nieuwe film te zien, zodat ze op de dag van release een review klaar hebben liggen voor in de krant.
Vaak, vertelden zij, staan er dan mensen van het management (Dinsey, Pixar, enz) bij de deur te wachten, om meteen een quote te ontfutselen, zodat er op de filmposter kan: 'Geweldige film, een must-see voor iedere liefhebber van gruwel, bloed en rampspoed' - de Volkskrant. Weinig critici laten zich zo overvallen: liever laten zij de indrukken die ze hebben opgedaan even bezinken om vervolgens een nachtje door te halen om een killer review te schrijven.
Een recensente van NRC kon moeiteloos een film indelen in het aantal 'bollen' dat het verdient: de NRC maakt geen gebruik van sterren, maar van ronde, rode bolletjes. Zo verdient de film die tijdens de workshop werd vertoond ('Tokyo!' van Michel Gondry, onderdeel van een drieluik - een surrealistische film over een meisje dat in een stoel verandert), er zeker drie: 'Wel leuk, ga maar kijken.' Een ander, wat oudere criticus, is het daar niet mee eens: 'Hooguit twee: een tussendoortje'.
Ik schreef al eens over mijn afkeuring van hokjes, ik hou ook niet van labels. Ik lees vaak filmrecensies, maar trek me er eigenlijk niets van aan: als een film bijvoorbeeld in de NRC Next twee sterren krijgt, betekent het niet dat ik die niet ga zien, omdat de NRC zegt dat het niet veel soeps is. Sowieso wil ik ook best eens films zien waarvan ik van te voren weet dat het niet veel indruk zal maken: ik ga niet alleen naar een film als ik zeker weet dat het wat is. Wat is daar interessant aan?
Ik kan het niet helpen, dat ik me meteen afvraag waar de andere sterren/bollen dan voor staan. 1 moet wel 'diep teleurstellend' zijn, 4 'zeer de moeite waard' en 5 'nog nooit iets beters gehad'. Als we zo gaan beginnen, is het niet moeilijk om deze waardering aan alles om ons heen te geven. Eten, feestjes - en zelfs (nieuwe) liefdes. Het is een makkelijke manier om te bepalen hoe je over iets denkt en of het zin heeft om er mee door te gaan. Maar hypocriet is het ook wel.
Want wie zijn wij zijn wij om dingen zo te beoordelen, af te schieten als wij dat nodig vinden? Het is hetzelfde met een filmrecensie: je kunt de mening waarderen, maar om voor jezelf een oprecht beeld te creeeren, moet je het toch echt eerst zelf gezien hebben.

'Is this the real life, is this just fantasy?'
Queen - Bohemian Rhapsody

zaterdag 12 december 2009

Mutsen

Van te voren had ik er helemaal geen rekening mee gehouden, dat er ontzettend veel bij een weekje Finland komt kijken. Het is nog lang niet allemaal geregeld als je een leuk hotel hebt uitgezocht en je eenmaal hebt geboekt: dan begint het avontuur pas - en dan ben je nog maar in Nederland.
Het begon bij een zoektocht naar een mooie winterjas. Want met mijn H&M'etje ben ik niet verzekerd van een warm lijf bij temperaturen onder de -10graden. Meteen was ik verkocht bij het zien van een witte jas van Protest (sportief en met een bontkraag - nep?). Ik ben helemaal niet zo van de Michelin-achtige jassen, na jarenlang een lichtblauw geval te hebben gedragen - een beetje tegen mijn zin in - maar deze voldoet aan de eis: leuk om te zien en ook functioneel.
Een verkoopster van de Perry noemde mij in die jas echter 'een beetje ordinair' (ik had haar overigens nooit naar haar mening gevraagd, en ik vind: geef die dan ook niet, tenzij ik expliciet zeg: 'toe, wees eerlijk...'). Weken ben ik er chagerijnig om geweest, maar besloot na een tijdje toch om me er niets van aan te trekken. Dan maar ordinair, en wel warm.
Ook mijn moeder kwam thuis met een nieuwe jas (haar oude winterjas heeft geen rits en moet dus over het hoofd: zwaar vervelend). De 'Icepeak' bleek vol met verrassingen te zitten, waar ze in de winkel nog geen weet van had. Zo kwamen we er achter dat er bij elk (verstopt) vakje een labeltje zit, met daarop het voorwerp afgebeeld waarvoor je geacht wordt het vakje te gebruiken (telefoon/muts/mp3). Aan het netje voor de muts zit ook een doekje vast, waarmee je je ski bril kunt afvegen (inmiddels hebben we alles dat we denken nodig te hebben; een skibril zit daar niet bij). Op de mouw zit een dik, plastic, vierkant gevalletje, met daarop 'avalache rescue system'. Fijn: ik ga mijn moeder in ieder geval niet kwijtraken als we bedolven worden onder een lawine.
Ik heb inmiddels ook een lekker warme skibroek, pullies (het woord 'pully' zou verboden moeten worden), een vest en speciale sokken (en ik draag al standaard kousen en beenwarmers - dit belooft nog warmer te zijn), een hele leuke muts (volgens mijn moeder staat alles me... en ik kon dus uiteraard ook niet kiezen - het is een wollen geworden, met een bolletje bovenop en aan de oorflappen gevlochten sliertjes) en wanten. Mijn vriend heeft het al gehad over lang ondergoed, een soort maillot in legergroen ('We're men... we're men in tights!' - Monty Python, Robin Hood).
Zo ben ik zelfs al voordat we het land uit zijn, een fortuin kwijt aan een totale garderobe, enkel voor een weekje in Winter Wonderland. Het is het waard hoor, maar ik hoop maar dat het met oud&nieuw gaat sneeuwen en dat het minstens -20 wordt.. Dan is het allemaal niet voor niets geweest.

'I can hear it calling me the way it used to do, I can hear it calling me back home'
Led Zeppelin - Baby, I'm Gonne Leave You

donderdag 10 december 2009

Cube

De kantoorgebouwen langs de A6 worden in het donker altijd monsterachtige betonnen blokken. Zo rond zeven uur zijn de meeste mensen al naar huis, maar de lichten blijven collectief branden. Hierdoor ontstaan, tot en met zesentwintig hoog, duizenden blokjes bovenop elkaar gestapeld. Als kleine hokjes, afgeschermde werkplekken waar overdag iedereen in hun eigen wereldje aan het werk kan. Afgeschermd van de buitenwereld, alleen contact met anderen als die wordt opgelegd en afgedwongen. Maar verder eenzaam en afgezonderd, zoals het een goede eenling (werknemer) betaamt. De zogenaamde 'cubicles'.
Ik hou er uberhaupt niet van om mensen in hokjes te stoppen. Of dat nou op het werk is of in spreekwoordelijke vorm. Ik denk niet dat je iemand in een specifiek hokje kunt plaatsen, er komt altijd meer bij kijken. Een label omschrijft niet een totaal persoon, er zijn altijd meer kanten aan iemand te ontdekken, die toch echt niet in datzelfde hokje passen. Laten we zeggen: ik hou van rock muziek, maar ook van Disney films. Get my point?
De Rubiks Kubus intrigeert mij. Er is maar een manier waarop hij hoort, een manier waarop hij 'goed' in elkaar zit, waarop hij past. Waar iedereen zo ijverig zijn best voor doet. Terwijl het tegelijk wel een geheel is.
Wij zijn allemaal grote Rubiks Kubussen. We zijn opgebouwd uit ontzettend veel steentjes, blokjes, hokjes. En alleen al deze samen vormen ons, maken ons wie we zijn. Zonder de ander, zijn wij niet te beoordelen, zijn we niet compleet. En al doen we soms nog zo ons best om af en toe een hokje te verstoppen voor anderen, vroeg of laat komt deze toch weer naar boven. Maar ook net als in de puzzel: maar op een manier is hij zoals hij moet zijn. Pas wanneer ik al mijn blokjes op de juiste manier heb gecombineerd, zal ik het gevoel kunnen hebben dat ik geen buitenbeentje ben.

'How you'd have a happy life if you did the things you like'
Franz Ferdinand - The Dark Of The Matinee

dinsdag 8 december 2009

Zwart

In de trein kwam ik vandaag tegenover een moslima in boerka te zitten. Ik deed alsof het me niet verbaasde, alsof het doodnormaal was. Ik staarde niet (althans, dat hoop ik) en liet niet blijken dat ik er van op keek - laten we eerlijk zijn: heel vaak kom je het niet tegen.
Maar het is natuurlijk helemaal niet doodnormaal. Tegenwoordig moet alles maar kunnen, alles moet geaccepteerd kunnen worden. We horen nergens meer van op te kijken, niets is te gek. Maar is dat nu eigenlijk wel zo? Is het doodnormaal?
Ik vind eerlijk gezegd van niet. Ik keek er namelijk wel van op. Ik vond het wel een beetje raar. Een beetje eng zelfs. Opeens had ik zo'n zwarte waas voor me - best intimiderend.
Ik heb er absoluut niets op tegen - zolang het allemaal vrijwillig is. Ik vind wel dat het zonde is om een vrouwenlichaam zo weg te stoppen, te verbergen, maarja: iemand kan er volledig achter staan. Is dat niet zo en wordt het door anderen opgelegd, dan is het een ander verhaal. Dan vind ik het ronduit barbaars.
En ik kon het niet helpen, maar ik bleef me maar afvragen wat de dame in kwestie (een jonge vrouw - voor zover ik dat kon zien) onder het gevaarte droeg. Ze had een zwarte Eastpak bij zich (ze bleef wel in het thema, dat moet ik haar nageven), wat voor schoenen ze droeg kon ik (jammer genoeg) niet zien. Maar het ging zelfs zo ver, dat wanneer ze haar ogen dicht had (ze sliep, met haar hoofd tegen het raampje aan, wat mij wel de kans gaf om haar af en toe stiekem gade te slaan), haar wimpers over de stof van de boerka heen vielen. Ze had prachtige ogen trouwens, een hele aparte kleur bruin met pikzwarte wimpers.
Af en toe schoten er gedachtes door mijn hoofd, over pikante lingerie (Marlies Dekkers, ofzo) en strakke topjes en een doodnormale spijkerbroek. Ik bleef maar denken: er zit vast een hoop verborgen onder zo'n doek. En daarmee bedoel ik eigenlijk: onder deze vorm van verhulling gaat vast een doodnormaal meisje schuil.

zondag 6 december 2009

Billenman

Gelukkig is mijn vriend een billenman. Gisteren 'Komt een vrouw bij dokter' gezien en ik bedoel alleen maar... nouja. Je weet maar nooit. Gelukkig is mijn vriend een billenman.

vrijdag 4 december 2009

Luizenleven

Ik ben totaal niet wat je noemt een 'echte student'. Ik studeer al bijna vier jaar in Utrecht en heb het onwijs naar mijn zin als student aan de Hogeschool, maar het is me nooit gelukt om een 'echte student' te worden.
Ik woon bijvoorbeeld niet op kamers. Ik heb een paar maanden een verwoedde poging gedaan om mezelf zo gek te krijgen om het wel te doen: ik heb me zelfs ingeschreven bij kamernet en heb twintig euro besteed aan het voorrecht om te mogen reageren op oproepen. Ik denk dat ik in totaal twee reacties heb achter gelaten, en nooit ben ik terug gemaild.
Ik had misschien ook te hoge eisen: een kamer van minimaal twaalf vierkante meter, een eigen badkamertje/keukenblok en in een aangenaam (studenten)huis. Want ik geef het toe: ik moet er niet aan denken om de keuken te delen. Of de badkamer. Ik heb wat dat betreft een beetje smetvrees, ik krijg al rillingen als ik aan schimmel en haren in het doucheputje denk. Het leven van studenten onder elkaar spreekt me aan, maar wel in een bescheiden hoeveelheid. Misschien heeft het er mee te maken dat ik graag alleen ben. Ik ben enig kind en heb me mijn hele leven dus in mijn eentje moeten vermaken. Ook ben ik niet goed in delen en hecht ik veel waarde aan privacy. Dus nee, op kamers wonen is niet voor mij weggelegd. Ik gebruik al een jaar het excuus dat ik aan het sparen ben voor een jaar studeren in het buitenland: niet iedereen hoeft zo veel van me te weten.
Ook ben ik absoluut geen type om uit te gaan. Ja, voor concerten draai ik mijn hand niet om, muziek is mijn passie, maar dansen en drinken is niet aan mij besteed. Ik ben er heel eerlijk in: ik zit liever op de bank met een goed boek of in bed met een mooie film. Daarnaast wordt het in het uitgaansleven (dat weet ik dan nog net wel) pas leuk na middernacht (zelf ondervonden, tijdens een zwaar mislukt Halloween-uitje) en laat ik nou elke nacht zo'n negen uur slaap nodig hebben. Dat is vervelend, want ook tijdens Oud&Nieuw ben ik vaak al snel gesloopt, maar voor de rest is het geen groot probleem. Nouja, wellicht in bed. Ook word ik van drank niet socialer of uitbundiger: alcohol maakt mij slaperig en tel dat op bij een grote behoefte aan slaap = geen goed idee.
Alles bij elkaar opgeteld, lijkt het alsof ik nogal saai ben. Ja. Dat klopt, misschien ben ik dat ook wel. Maar eigenlijk heb ik het boven alles voornamelijk heel erg naar mijn zin. Op school gaat het goed, nog een jaartje te gaan en dan mag ik me officieel Journalist noemen (hoewel iedereen dat mag, want geen beschermd beroep) en heb ik het nodige meegemaakt op het gebied dat me wel interesseert (muziek).
Ik heb er geen spijt van dat ik niet op kamers ben gegaan. Want als ik eerlijk ben, en elke andere student die nog thuis woont zal dat beamen: het is wel lekker makkelijk. Als ik na een drukke dag thuis kom, kan ik zo aan tafel schuiven en als ik een luisterend oor nodig heb, is die er altijd. Het bevordert ook de band met mijn familie, een welkome bijkomstigheid (hoewel het natuurlijk ook heel anders zou kunnen gaan, al ben ik een voorbeeldige dochter - ahum). Ik ben saai, lui en aanhankelijk - ach ja. Ik heb het vage vermoeden dat dat nog wel goed komt, want dat jaar studeren in het buitenland is niet alleen maar een excuus. Ik denk dat wanneer ik werkelijk mijn vleugels spreid, ik eerst heel hard op m'n gezicht ga, waarna ik me kan ontpoppen tot een onafhankelijke journalist.

dinsdag 24 november 2009

Dubio

Af en toe vraag ik me af of we de dingen die we doen niet alleen voor anderen doen. Om aan anderen te laten zien hoe leuk en geweldig ons leven wel niet is, om anderen trots of blij te maken of om te bewijzen dat wij het in ons eentje allemaal ook heus wel kunnen.
En als je eenmaal zo gaat denken, is het bijna onmogelijk om het proces te stoppen. Zoals: waarom ben ik wie ik ben? Waarom gedraag ik mij zo? Waarom doe ik dit of dat (niet)? Waarom maak ik bepaalde keuzes? Wat neem ik hierbij in overweging?
Neem bijvoorbeeld de hele cultuur waarin wij de enorme drang hebben om onszelf te laten zien, bloot te stellen. Om aan anderen te laten zien hoe goed (of slecht, want de bedoeling is hetzelfde) het gaat en wat we allemaal doen. Denk aan Hyves en Facebook, zelfs het schrijven van een Blog. Uiteindelijk is het allemaal erg verslavend, maar waarom? Heeft dat er mee te maken dat je aan al je friends kunt laten weten what you're up to? En stiekem is het ook wel leuk om dat van anderen te lezen, want nieuwsgierig als we zijn...
Ik ben ooit gezwicht voor Hyves, omdat dit een makkelijke manier was om te communiceren met klasgenoten. Tjsa, iedereen had Hyves. Maar ik geef toe dat ik het inmiddels hartstikke leuk vind. Oude vrienden, klasgenoten, nieuwe vrienden: iedereen geeft jou een kijkje in hun leven en eigenlijk is het fijn om deel uit te maken van zo'n groot netwerk.
Maar met het zichtbaar maken van jouw leven, komt ook een andere vraag: hoe interessant ben ik eigenlijk? Zo'n persoonlijke pagina werkt als een visitekaartje. Ook toekomstige werkgevers hebben toegang - dus hoever ga je, wat zet je er op en wat spreekt aan?
Mijn Hyves puilt uit met mijn interesses: muziek, concerten - de dingen die voor mij belangrijk zijn. Dat verberg ik niet, want dat is een deel van mij en dus belangrijk (voor mij). Er staan wat foto's op van vakanties, maar geen een waarop je mij kan betrappen op gedrag dat niet wordt gewaardeerd (en menig Hyver schaamt zich nergens voor...). Ik heb ook mijn stages vermeld en mijn opleiding: dingen waar ik trots op ben.
Nu ben ik al ruim een jaar aan het nadenken over een belangrijke keuze die ik moet maken. Iets waar ik enorm trots op zou kunnen zijn, en werkgevers hechten er veel waarde aan. Ook reageert iedereen altijd dol enthousiast als ik het meld, ik doe graag uit de doeken hoe en wat precies. Maar ik kan het niet helpen dat ik de laatste tijd twijfel waarom ik dit nu zo graag wil. Wil ik het zelf? Vind ik het zelf wel net zo leuk als anderen het vinden? Want als ik dit doe, betekent het dat ik een half jaar bij vriend en familie weg ben. Wil ik hen wel missen (ik zou liegen als ik zeg dat ik dit niet moeilijk vind). Dus wil ik dit zo graag omdat ik het zelf wil en uitzie naar die ervaring, of omdat ik erover kan vertellen (lees: opscheppen...) tegenover anderen en kan laten zien wat voor lef ik wel niet heb?
Dilemma. Ik moet van het gevoel af dat ik dingen voor anderen doe. Wanneer ga ik nu eens voor mezelf leven?

vrijdag 20 november 2009

Versiersels

Ik betrap mezelf dit jaar op een bijna ongezonde zin in Kerst. Misschien komt het doordat ik vorig jaar door school en stage geen tijd had om echt in de feeststemming te komen en ik de feestdagen ook niet uitbundig heb kunnen vieren.
Dit jaar ben ik van plan om het beter aan te pakken. Nouja, niet heel anders. Maar wel wat bewuster dan vorig jaar. De twee weken rondom Kerst en Oud & Nieuw stonden voor mij toen namelijk in het teken van cabaret. Ik mocht de regisseur assisteren bij een voorstelling. Hartstikke leuk: ik heb de tijd van mijn leven gehad en ontzettend veel geleerd, maar mijn hiervoor zo vanzelfsprekende kerstvakantie viel een beetje in het water. Verplichte nummertjes als de (schoon)familie bezoeken en uit eten met de baas domineerden de dagen die ik wel vrij had.
Dit jaar dus wat meer tijd voor mezelf. Met Oud & Nieuw komt dat in ieder geval helemaal goed: we gaan vanaf 27 december tot 3 januari een weekje naar Finland. Lange onderbroeken en wollen sokken, ja, dat wel. Erg sexy - ach, liefde overleeft ook een vakantie waar je door het klimaat weinig van elkaar ziet - figuurlijk gesproken (en dat dan weer letterlijk).
Anyway, iets waar ik echter totaal geen plezier uit haal is het ophangen van de kerstversieringen. Vroeger vond ik het nog wel leuk om kerstballen in de boom te hangen en opgetild worden door papa om de piek bovenop te zetten (of is dit een aangeleerde herinnering?). Nu help ik mijn moeder uitsluitend met het binnenhalen van die vreselijke prikboom en het aangeven van de ballen, hier en daar. Ik hou mezelf maar voor: mam vindt het wel leuk om te doen.
Mijn moeder vertelde me dat ze bij haar op het werk een kantinejuffrouw hebben die het ook helemaal niet ziet zitten. Een troost, het ligt dus niet aan mij. Nouja, in je eentje is er ook bar weinig aan.
En daar kan ik wel over meepraten: vorig jaar moest ik de winkel waar ik werkte in de kerststemming brengen. In een omgeving die gedomineerd wordt door mannen, verwachtte ik ten eerste al niet echt een actieve medewerking. Het is immers meer een 'vrouwenwerkje'. De lichtslingers bleken vreselijk in de knoop te zitten, de helft kapot. Slingers en dergelijke kwamen qua kleur niet overeen (dat vind ik dan weer belangrijk), de rest leek nogal kitsch.
Toen nog niet in staat om er iets van te zeggen, heb ik braaf gedaan wat er van me verwacht werd, maar erg stijlvol was het niet. Zelfs klanten viel het op, waarvan er een opmerkte dat het dit jaar gelukkig wel anders zou zijn: want er was eindelijk een vrouw in de zaak! God, wat zou ik dat nu anders aanpakken. Misschien moet ik dit jaar maar eens langs met een doe-het-zelf-doos voor gezellige kerstversiering.
Ach, ik moet ook niet zeuren. Want als ik namelijk heel eerlijk ben: die onsamenhangende, ietwat rommelige versiering past uitstekend bij het winkeltje en de sfeer die er hangt. Want hoe je het ook wend of keert: dat plekje is nog steeds een van mijn meest favoriete plekjes op de wereld.

zondag 15 november 2009

Schoenen


'Gun schoenen een tweede leven, gooi ze niet weg!' Die oproep kregen wij in de brievenbus. Maar ik kan het niet helpen, wat betreft kledingstukken ben ik erg zuinig. Niet dat ik alles vijf jaar achtereen draag, maar ik vind het wel zonde om iets weg te gooien/te doneren aan het goede doel. En ja, dat geldt ook voor de broeken waar ik echt niet meer in kom.
Maar bepaalde voorwerpen hebben voor mij nu eenmaal een bijzondere waarde. Bijvoorbeeld schoenen: naar mijn idee zijn al de paar schoenen die ik bezit representief voor een bepaalde fase in mijn leven.
Zo zijn er de blauwe, spijker All Stars die ik droeg tijden de eerste vakantie in Turkije. Grijze sneakers waren mijn eerste 'alternatieve' schoenen, daarop volgde al snel zwarte skategympen van Vans, waarin later veters met sterretjes prezen. Deze zijn helaas wel afgeschreven, na twee keer modderen op PinkPop. Daarop volgden bruine DC-schoenen, die ik werkelijk twee jaar lang elke dag heb aangehad, ook tijdens mijn eerste vakanties naar Egypte en Amerika (onder een driekwart skatebroek va Overzeas, waarin je me nu ook nooit meer zal zien). Hierna was ik verzot op mijn zwarte All Stars, die staan voor de periode dat ik schijt had aan alles. Ik draag ze nog steeds. Na de bruine DC's volgden zwart/roze Vans, die het nog steeds geweldig doen onder een spijkerbroek. Ook onder mijn zo geliefde skinny's. Toch verzot op DC's (eenmaal DC en je wilt niet anders - want wat gaan die krengem lang mee; dat mag ook wel, voor tachtig euro...), kocht ik een paar hoge sneakers, roze met een slangenprint. Oh, wat was/ben ik daar trots op. In de zomer volgden een paar Vans uit de Large catalogus: ik moest en zou ze hebben, het was liefde op het eerste gezicht. Vanaf mijn kant dan: na een aanvaring met een vervelende ribbel, heb ik ze maar een enkele keer gedragen. Hartstikke zonde, want het zijn meer zomer, dan winter schoenen.
Al tijden loop ik op mijn grijze All Stars. Deze hebben inmiddels ook heel wat kilometers gemaakt (New York, Turkije). Ik geef wel toe: ik maak gebruik van een extra inlegzooltje: anders moet men mij na twee kilometer All Stars dragen. Ach, wat hulpstukken kunnen geen kwaad en het wordt binnenkort toch te koud voor gympjes. Ik ben het al lang niet eens meer met de leus: 'wie mooi wil zijn, moet pijn lijden'.
Al ben ik daar wel kwaadschiks achter gekomen. Ik ben geen hakkenmeisje. Nooit geweest. Ik heb me zelfs tijden afgezet tegen alle schoeisel met een hak (overigens had ik ook iets tegen teenslippers, ook over die fobie ben ik heen). Maar ik ben toch gezwicht (niet te verwarren met gezwikt). Twee jaar geleden kocht ik mijn eerste paar hakken: grijze laarsjes. Ontzettend leuk, maar niet echt realistisch. Volgens mij heb ik ze een keer aangehad met kerst, en daarna nog een keer na een musical. Toen we onverwacht een eind moesten lopen, liep ik kreupel van de pijn toen we eindelijk bij het hotel aankwamen.
Maar toch. Ik kon het niet laten. Vorige week heb ik me schuldig gemaakt aan de aankoop van totaal niet geschikte schoenen. Maar ze zijn zo leuk: zwarte laarsjes met studs. Ik ben er helemaal weg van. En ik wist zeker dat ik het onder de knie zou krijgen, het lopen op laarzen. Ik besloot het aan een test te onderwerpen en droeg ze tijdens een avondje uit. Ik dacht: we gaan naar de film, dan heb ik twee uur de tijd om bij te komen. Dat was waar, maar ik overschatte het hele gebeuren toch. Ik loop nu al twee dagen met gigantische blaren op de ballen van mijn voeten (en doorprikken, ho maar).
Maar al deze schoenen betekenen iets voor mij. En wat dat betreft is het grappig hoe je aan iemands schoenen kan zien wat voor persoon het is. Misschien moet ik daar eens wat vaker op gaan letten. Want je weet wat ze zeggen over mannen met grote voeten...

woensdag 11 november 2009

Bewust

Ik durf nog niet zonder dat het schaamterood op mijn wangen verschijnt, te zeggen dat ik al dan niet bewust bezig ben met het beschermen van de natuur.
Een paar jaar geleden speelde dit vraagstuk wat mij betreft helemaal niet: op de middelbare school was ik veel te veel bezig met overleven en het halen van mijn diploma, de eerste paar jaar van het studentenleven was ik er nog niet eens helemaal zeker van wat me nu wel of niet boeide.
Maar sinds kort, een paar Klimaattoppen en Co2 afspraken later, moet ik wel zeggen dat ik me zorgen begin te maken.
Niet overdreven natuurlijk - hier kom ik later op terug. Maar wel in zoverre dat het me opvalt dat de zomers natter zijn, de winters milder (oke, ik ben een koukleum, dus hier praat ik niet over mee - dat wordt nog wat, als ik met kerst in Finland zit, waar het rond die tijd -10 is). Al een paar weken roepen mijn moeder en ik elke dag in koor: 'Weer een natuurramp!' Want als je er op gaat letten: werkelijk elke dag is er wel iets over te horen/lezen. Zijn het geen bosbranden in Australie of Californie, dan is het wel tyfoon Ida in El Salvador of hevige regenval in Azie. Natuurlijk is niet alles te wijden aan het veranderende klimaat en de opwarming van de aarde, maar ik ben pessimistisch over de vraag of het er helemaal niets mee te maken heeft.
Ik maak me dan ook best druk over 'Amersfoort aan Zee': de voorspelling dat de kustlijn van Nederland in de toekomst een stuk opschuift, waardoor Amersfoort aan zee komt te liggen. Ik woon in de polder, dus voor ons zou dat een doemscenario zijn. Het is onwaarschijnlijk: maar stel je voor. Een waterramp als in '53 is nooit helemaal te voorkomen, denk ik dan (naief?).
Enfin, in het verlengde daarvan, vind ik dat we allemaal wat meer zouden moeten geven om het milieu. Ik word bijvoorbeeld woest als ik twee huppelkutten in de bus een verpakking van Liga opzettelijk op de vloer zie gooien. Mee eens, dat heeft weinig van doen met het milieu, maar het gaat om het idee: zijn deze meisjes nooit opgevoed, zoals ik dat wel ben? Met waarden en normen en het besef dat je zelf verantwoordelijk bent voor je troep?
Maar dit gebeurt niet alleen in de bus: geregeld ligt het bushokje vol met peuken, het grasveldje een eindje verderop bedolven met chipszakken. Om nog maar te zwijgen over kauwgom (moeilijk afbreekbaar, net als plastic overigens - ik kan eerlijk zeggen dat ik nog nooit mijn kauwgom op de grond heb uitgespuugd). Nee, ik ga niet vrijwillig de buurt schoonprikken. Maar als ik in onze straat een rondslingerende chipszak vind, neem ik hem wel mee en gooi hem in de container. Dat dan weer wel.
Maar eerlijk is eerlijk: verder ben ik niet erg bewust met het milieu bezig. Ik eet geen biologisch voedsel en laat de kraan lopen tijdens het handen wassen. Maar ik probeer er wel op te letten dat er nooit een lampje te veel brandt, haal altijd alle opladers uit het stopcontact en douche al een stuk korter dan vroeger. En het maakt me wel (een beetje, want smaakt het nu zo anders?) uit of ik eieren eet van scharrelkippen en spoor mijn ouders aan om spaarlampen te kopen (al hebben ze wel een punt: in een kamer, laten we zeggen de wc, waar het ligt zo kort aan is, heeft een spaarlamp helemaal geen zin).
Maar ik zit nog evenveel achter de televisie of een laptop, wat dat betreft bespaar ik geen energie. We hebben ook nog niet geinvesteerd in een zonnecollector. Ik heb me heel lang afgezet tegen leer: het stinkt, het voelt raar en het is barbaars. Helaas ben ik daar, nu ik wat volwassener ben, ook wel overheen. Wat dat betreft is het wel een voordeel: echt leer is bijna niet te betalen (voor een student), en dus ben ik voor nu overgeleverd aan het mooie, eerlijke nepleer (ik zal niet beginnen over de vraag waar het geproduceerd is, dat bewaar ik voor een andere keer).

vrijdag 6 november 2009

In the city of Wall...

Gisteravond was het weer zover. De avond waarop de mooiste (en waarschijnlijk ook de meest onzekere) mensen van de wereld bij elkaar kwamen, op een evenement waarbij geld noch moeite worden gespaard om er een spetterende avond van te maken.
Het is twintig jaar geleden dat de Muur naar beneden kwam en vijftien jaar geleden dat ditzelfde feest hier voor het laatst gegeven werd. Maar de organisatie vond het een mooi moment om terug te keren naar de stad, zodat Berlijners maximaal konden genieten van de European Music Awards 2009.
Al een paar jaar volg ik de show op de voet. Althans, de bands die voor mij de moeite waard zijn. Immers: bij deze award show hebben de fans het in de hand. Het is geen ordeel van een kieskeurige jury, er wordt geen oordeel geveld over wat nu echt beter is dan al het andere (alhoewel, de meest kieskeurige jury die er maar bestaat is waarschijnlijk de fan, maar ach: als artiest leef je van je populariteit).
Voor mij was de avond al geslaagd toen Green Day de show opende: een schitterend rock concert waarbij ze beter in het gehoor lagen dan de Foo Fighters (Dave Grohl ging verscholen achter een gordijn van haar - als artiest wil je de schreeuwende menigte toch juist zien?). Hooguit twee nummers was elke artiest gegund (hoewel U2 het zo goed voor elkaar had, dat zij wel drie nummers mochten laten horen), en Green Day koos naar mijn idee - gezien de huidige politieke en economische crises - de perfecte nummers. 'Know Your Enemy' blikt terug op het verleden en waarschuwt ons voor de toekomst, 'Minority' zal altijd actueel blijven, hoewel het een nummer is uit 2000: 'I want to be the minority, I don't need your authority'.
Katy Perry deed, net als vorig jaar, haar uiterste best om het evenement op een leuke, spontane, beetje sexy, manier aan elkaar te praten. In een bruidsjurk op een schommel ('Yeah, I have a nice view up here, you have a nice view down there - if you put that on YouTube, I'll hunt you down'), in een pikant jurkje in een cocktailglas, in een Moulin Rouge-achtig corset, dansend op een stoel ('Pokerface...') of bedekt met veren op een sofa: Katy Perry is een geweldige host.
Optredens van Shakira (als Cleopatra in een minuscule outfit, nasty She Wolf), Beyonce, Leona Lewis en Jay-Z maakten het geheel af. Een grote verrassing was Tokyo Hotel (de band waarvan ik over de frontman lang heb getwijfeld of het nu een jongetje of een meisje was - het blijkt een jongetje, al is aan zijn voorkomen de laatste vier jaar niet zo veel veranderd): de Engelse uitspraak blijkt tijdens de bedank-speech voor beste groep en hun spetterende optreden een stuk verbeterd, net als de zangkwaliteiten.
U2 was toch al in Berlijn voor een optreden datzelfde moment, dus was het voor hen geen grote moeite om even een uitstapje te doen naar de O2, om de award voor beste Live Act in ontvangst te nemen. De Brandenburger Tor werd elke halve minuut in een ander licht gezet, wat een spectaculair beeld gaf. Het plein stond aan beide kanten vol.
Maar ik vond het toch wat jammer toen ik vanochtend in de NRC Next moest lezen dat er wat dat betreft wat controverse is ontstaan. De organisatie had namelijk een dranghek neergezet, om bezoekers zonder kaartje buiten te houden. Het is ironisch, vinden de Berlijners, 'dat een evenement ter herdenking van de Muur, resulteert in het oprichten van een nieuwe muur'.

maandag 2 november 2009

Dopje

Ik zal niet het zoveelste stukje schrijven over idiote verpakkingen. Want ik weet: Bert Visscher deed dat in zijn show onverbeterlijk. Ik wilde me er uberhaupt niet aan wagen, maar er is toch echt iets dat me van het hart moet.
Sinds kort zijn namelijk de melkpakken van Campina veranderd. Eerst was het een normale melk verpakking, met een makkelijke opening: en lipje dat je moest omvouwen en terug moest trekken. Echter, nu zit er een draai dopje op. Hartstikke leuk natuurlijk, de melk blijft lekker vers enzo, maar niet leuk voor iedereen.
Ik wist niet wat ik hoorde toen mijn moeder me vertelde dat mijn oma deze niet open krijgt. Ze is ver in de tachtig en heeft daar de kracht gewoon niet meer voor. Ze doet overigens nog veel in het huishouden zelf en krijgt maar beperkt thuiszorg (nog zoiets).
Maar de arme schat kan niet eens zelf een melkpak openen (ik geef toe: ik heb ook nog wel eens moeite met een pak Dubbelfris, waarbij mijn vriend altijd to the rescue moet komen). Ze staat nu met een allesopener in de keuken te hannesen en ja, dan lukt het uiteindelijk wel. Maar moeten ze zo'n oud mensje nou echt nog meer om handen geven dan alle andere alledaagse dingen die nu ook allemaal steeds zwaarder worden?
Bij oma valt al een tijd lang de geiser constant uit. Mijn moeder heeft een tijd lang gedacht dat het er mee te maken had dat oma de warme kraan niet ver genoeg open zet. En dan dooft het vlammetje. Maar nadat we elke kraan hadden gecontroleerd, moesten we toch echt toegeven dat oma er niets mee te maken had: het ding werkt gewoon niet naar behoren. De loodieter liet echter lang op zich wachten, omdat ze ons na de zoveelste klacht niet meer echt serieus nemen. En dus douchete oma tijden onder koud water, omdat de loodgieter 'niet elke keer langs kan komen om de geiser aan te zetten: hij is net nieuw, dus er is vast niets aan de hand'. (Na lang aandringen is er toch iemand komen kijken en de jonge knul heeft hem toen grondig schoon gemaakt: ik heb oma al weken niet over de geiser gehoord.)
Oudere mensen hebben het niet gemakkelijk en helaas maakt de maatschappij het hen vaak nog net wat moeilijker. Oma heeft dat dopje helemaal niet nodig om de melk vers te houden: zij zet al zolang ik mij kan herinneren een knijper op de melk.

woensdag 21 oktober 2009

Slaap

Ik denk wel eens dat mijn brein het beste werkt vlak voordat ik in slaap val. Dan gaan mijn gedachtes alle kanten op. Een beetje als die grenzeloze fantasie, waarover ik eerder schreef. Op dat moment komen de mooiste woorden en zinnen in me op – uiteraard heb ik dan geen blocnote bij me, of überhaupt zin om pen en papier te gaan pakken. Het is best frustrerend. Het idee dat ik in een andere staat van bewustzijn moet zijn om op mooie ideeën te komen. Een geruststelling: het zít er wel. In mij. Het komt er alleen niet uit op momenten dat ik dat wil of wanneer het handig zou zijn. Die toestand van bijna-slapen is trouwens hoogst merkwaardig. Ik slaap niet, dus ik droom niet. Maar ik ben ook niet wakker. Hoe ik dat weet, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik op die momenten niet denk als mijzelf. Net alsof ik niet wordt tegengehouden door wie ik overdag ben of door alles wat door mijn hoofd gaat op het moment dat ik wel bij zinnen ben. Andere manieren voor mij om op schitterende verhalen te komen, zijn dromen. Ik droom vaak. Soms realistisch, soms heel luguber of spookachtig. Het komt heel zelden voor dat ik echt bang wordt van een droom. Meestal kan ik er iets positiefs uit halen, dat dan weer wel. Bijvoorbeeld een prettig gevoel of een voornemen. Maar soms zijn mijn dromen gewoonweg geniaal. Sorry dat ik het zo zeg, maar dat zijn ze. Ideeën voor verhalen waar ik nog nooit eerder op was gekomen, figuren die ik zelfs in mijn diepste fantasie niet had kunnen bedenken of zinnen die als muziek klinken. Op dat moment ben ik vol van mijzelf, dan heb ik het idee dat ik briljant ben. De ideeën zijn briljant. Wanneer ik dan echt wakker ben kunnen er twee dingen gebeuren. 1: Ik kan me er niets van herinneren. Helaas gebeurt me dit het meest. Dan weet ik zeker dat ik een geweldige droom heb gehad, iets waar ik iets aan kan hebben en iets dat eigenlijk best de moeite waard was. Maar wat dan precies, weet ik niet meer. Dat is verschrikkelijk: een idee hebben waar je je vinger niet op kunt leggen. En ik weet dat ik het wist, want het zat net nog in mijn hoofd. Maar alles wat er nu nog van over is, zijn een paar hersenspinsels waar ik geen vat op krijg. Flarden als het ware van een film in mijn hoofd, waarbij mijn ogen steeds dichtvallen. 2: Het is helemaal geen goed idee. Eigenlijk is het ronduit slecht. In mijn onderbewustzijn was het fantastisch, maar het blijkt dat dromen je goed voor de gek kunnen houden. Marco, je hebt gelijk: dromen zijn bedrog. Maar zoals Neil Gaiman schrijft in zijn verhalenbundel Spiegels en Rook: ‘Ik ga ook niet zitten treuren over waar jij je ideeën vandaan haalt.’ Het maakt niet uit waar je ideeën vandaan komen, als het maar werkt voor jou. Er zit maar één ding op: toch echt dat blocnote naast mijn bed neerleggen en de moeite nemen om alles op te schrijven waar ik aan denk. Dan kan ik in de ochtend wel beoordelen of het echt zo fantastisch is of niet.

zondag 18 oktober 2009

Truus

Mijn vader heeft heel lang gevochten tegen de TomTom. Jaren nadat iedereen al zo’n ding had gekocht, riep hij hoog en laag dat hij er nooit aan mee zou doen. Maar nu rijdt hij op vakantie niet eens naar een Albert Heijn zonder het adres ingevoerd te hebben. Wat is er van zijn idealen over? Het begon met een vakantie naar Italië. Ja, dan was het toch wel handig. En het heeft zijn nut bewezen, ook wat betreft mijn vader. Duizend kilometer van huis blijkt het apparaatje nog net zo goed te werken als in eigen land en mijn ouders hebben er op verschillende bergen en onbekende weggetjes in Florence dan ook genoeg profijt van gehad. Maar er zit ook een nadeel aan de technologie. Ik krijg regelmatig van mijn rijinstructeur te horen dat je bij het examen een opdracht uit moet voeren, denk aan: eerste rechts, derde links, alsmaar rechtdoor en dan bij de rotonde de derde afslag. Aangezien ik het geheugen heb van een goudvis (deze heeft een geheugen van drie seconden - dus een glazen kom is niet zielig: een goudvis denkt steeds opnieuw: ooh wat interessant hier, wat leuk - een observatie van Paulien Cornelisse, dacht ik), is dat voor mij nog best wel lastig. Een TomTom maakt zo’n opdracht een stuk makkelijker: hij geeft de route aan, maar stuurt je bovendien geen weggetjes in waar je niet in mag. Zonder Tom, moet je zelf opletten of een weg eenrichtingsverkeer is, of iets dergelijks. Voor mijn geheugen is de Tom een wereldwonder, voor mijn concentratievermogen een hel. Ik ben al zo verschrikkelijk snel afgeleid (als iemand een uitzonderlijk boeiend verhaal tegen me verteld en ik hoor in de omgeving iets anders interessants, luister in ongegeneerd met die ander mee – erg asociaal tegenover mijn gesprekspartner) en als ik dan ook nog op een éxtra ding moet letten tijdens het autorijden, kun je me afschieten. Ik heb al moeite met schakelen en tegelijkertijd dat fietspad in de gaten te houden. Enfin, als ik dan ook nog naar Tom moet kijken (luisteren voldoet ook, maar ik vertrouw de beschrijving nooit zo goed), gaat het allemaal mis. Ook wordt je er wellicht lui van. Kijk naar mijn vader. Met zo’n Tom hoef je nooit meer op borden te letten. Wel een voordeel: mijn moeder hoeft geen kaart meer te lezen. Dat was vroeger altijd de bron van familieruzies, boze uitspraken van mijn vader (‘Bedoel je rechts, of links? Dat is li-hinks!’ of ‘Ja, waar dan? Ik zie het toch niet! Zeg dan waar!’) en het gevolg: een chagrijnig kind op de achterbank. Toch zijn er momenten dat de Tom niet zo handig is. De weg van het Groene Hart naar Limburg is bijvoorbeeld verschrikkelijk. Mijn vader noemt de A2 de grootste bouwput van Nederland. Er wordt aangeraden om de navigatie uit te zetten. En dat is maar goed ook: Truus (sinds mijn vader een nieuwe auto heeft met ingebouwde navigatie, hoeven wij niet meer te luisteren naar Tom; daarvoor in de plaats is een vrouw met een aardappel in haar keel gekomen – bij gebrek aan beter noemen wij haar Truus) is helemaal van slag en roept om de haverklap zenuwachtig: ‘Probeer om te keren’. Aan het einde van de alle commotie kan ze opgelucht ademhalen. En wij glimlachen dan ook even bij het zien van het bordje: ‘Bedankt voor uw begrip’.

zaterdag 17 oktober 2009

Dromen

Jong en onbevreesd. Ik versloeg vampieren in het bos, demonen in mijn slaap. Niets was te hoog gegrepen voor mijn fantasie, alles was echt – of zo echt als ik wilde dat het was. Mijn inlevingsvermogen was grenzeloos, mijn vermogen om alles te geloven en alles te bedenken eindeloos. Ik merk nu pas echt dat ik dat kind in mij een beetje kwijt begin te raken. Vroeger kon ik overal over schrijven. Ik schreef verhalen van honderden pagina’s, voerde in mijn hoofd hele gesprekken met de personages. Maar dat wordt steeds moeilijker. Ik denk dat het te maken heeft met geloven. Het geloof in iets dat er niet is, het durven geloven in dingen die niet alledaags zijn. Dingen uit sprookjes, uit verhalen, uit boeken en dingen waar mensen (lees: volwassenen) niet over praten – behalve schrijvers. Ik weet nu dat ik niet kan schrijven over dingen waar ik niet in geloof. Hoe kan dat ook? Als schrijver moet je een verhaal geloofwaardig kunnen brengen. Je moet er zelf honderd procent achter staan. Je moet niet alleen in jezelf geloven, maar ook in de wereld die je hebt geschapen. Iets waarin je zelf niet geloofd is moeilijk te verkopen. Je moet jezelf wel serieus nemen, anders zal niemand anders dat ook doen. Maar nu ik in de twintig ben en toch dol op fantasie, merk ik dat het moeilijk begint te worden. Ik durf niet overal meer in te geloven, mijn gedachtes zijn niet meer zo grenzeloos. De realiteit slaat steeds harder toe en dan is het steeds moeilijker om je (durven) te verliezen in een wereld die niet echt is. Het kan fijn zijn om alles om je heen te vergeten, maar ik merk wel dat ik dat steeds onprettiger vind. De realiteit gaat immers niet weg, hoe hard je dat ook probeert. Dat is het nadeel van volwassen worden: het besef dat er maar één werkelijkheid is en dat je daar niets aan kunt doen. Misschien heeft het ook te maken met angst: ik durf ergens niet in te geloven, want als ik het opschrijf en ik sta er achter, dan kan het ook echt gebeuren. Ik ben niet snel bang en hou van griezelen, maar dat betekent dat die werkelijkheid en de fantasie één worden. Ik weet niet of dat zo verstandig is. Maar ik moet die angst wel kunnen loslaten om prachtige verhalen te schrijven. Toch mis ik het wel: me verliezen in een verhaal. Dagen achter elkaar schrijven over een wereld hier ver vandaan, met zijn eigen taal en eigen wezens. Me verliezen in een verhaal waarvan ik weet dat die helemaal en alleen van mij is. Mijn eigen stukje wereld, waarin alles kan en alles mag. Zolang ik het maar op papier zet, ik ben de baas. Ik probeer heel hard om die mogelijkheid weer terug te krijgen. Ik dwing mezelf om over alles te schrijven, zo hoop ik mijn inlevingsvermogen terug te vinden, mijn woordenschat en kwaliteiten als schrijver op te vijzelen en mijn fantasie weer grenzeloos te laten zijn. Want het is er nog wel, dat weet ik zeker. Ik hou er nog net zo van als tien jaar geleden. Ik ben misschien wat te snel volwassen geworden. Dat wilde ik ook en vond ik helemaal niet erg: ik heb er veel voor in de plaats gekregen. Maar nu probeer ik met man en macht weer een beetje kind te worden.

maandag 5 oktober 2009

Remarque

Als goede journalist, heb je altijd een bepaalde hoeveelheid kritiek nodig. Van anderen, maar ook van jezelf. En niet alleen op anderen, maar ook op jezelf. Ik vind dat je als journalist altijd jezelf moet (willen) verbeteren, altijd net even wat meer willen doen dan anderen en dan bij je vorige stuk. Ik heb zelfkritiek echt aan moeten leren. Vroeger schreef ik een stuk in een keer: ik hou niet van herschrijven. Dat kost tijd en meestal heb ik het idee dat het een tweede keer niet zo zeer duidelijker op papier komt. Maar tijdens mijn stage bij een lokale krant heb ik wel een wijze les geleerd: het kan altijd anders en het kan altijd beter. Herschrijven mag dan vervelend zijn, soms komt het een artikel wel ten goede. Je moet willen inzien dat hoe jij het doet, niet de enige goede is. Tjsa, dat kan wel eens vervelend zijn. Maar kritiek draagt bij aan je ontwikkeling. Niet alleen als journalist. In college was eens Niels 't Hooft te gast, een freelance gamejournalist. Hij vertelde iets wat mij heel bekend in de oren klinkt: ,,Als ik nu iets schrijf, vind ik altijd dat dat veel beter is dan wat ik vorige week schreef, of een jaar geleden. Ik kan het vaak niet eens teruglezen, vreselijk." Dat geldt ook voor mij: ik kan mij niet voorstellen dat ik twee jaar geleden een acht heb gehaald voor een stuk, wat ik nu vreselijk vind. Als ik dat nu had moeten schrijven, had ik het heel anders gedaan. En hoewel ik er toch een goed cijfer voor heb gehaald: het voldoet nu niet meer aan de eisen die ik aan mijzelf stel. Dat betekent dat ik toen al goed schreef, maar dat het in die twee jaar alleen maar beter is geworden. En daar mag ik best trots op zijn, zeker op de momenten dat ik het idee heb dat ik vastloop wat betreft persoonlijke of journalistieke groei: dat valt dus allemaal best wel mee. Kritiek kan vervelend zijn. Het kan je demotiveren. Maar een beetje zelfrespecterende journalist bekijkt het anders: het draagt bij aan een toekomst van het schrijven van alleen maar leuke, mooie, ontroerende en inspirerende stukken. Dat is mijn utopia.

zaterdag 19 september 2009

Zwijn

Al maanden lang hoor ik niets anders dan Mexicaanse griep dit, varkensgriep dat. Je moet onder een wel hele zware steen hebben gelegen, wil je dat gemist hebben. En het is natuurlijk ook niet niets: iedereen is potentieel slachtoffer, de risicogroep daargelaten. Niet dat ik me nu zo'n verschrikkelijke zorgen maak: als je het krijgt, krijg je het. Ik ga me niet druk maken als het nog niet nodig is: het vermijden heeft naar mijn idee niet zo veel nut. Maar dat betekent niet dat de mogelijkheid van besmetting er niet is. Of dat het niet ernstig is. Ja, er gaan mensen dood. En ja, het is maar een griepje, maar toch: er gaan mensen aan dood. Hoe dan ook: je kunt er tegenwoordig niet om heen. Het kabinet stuurt folders naar ieder huishouden in Nederland, op werkplekken staan tips om je plek zo bacterievrij mogelijk te houden. Allemaal goed en aardig, maar wat ook zo is: je handen wassen helpt alleen, als de ziektedrager dat ook doet. En heeft hij kwaad in de zin of het idee dat het niet zo belangrijk is, dan maakt het allemaal geen fuk uit. Er is gesteggel geweest om de titel, trouwens. Mocht het geen Mexicaanse griep heten omdat dat teveel zou suggereren dat het uit Mexico komt (hoewel de titel niet verwijst naar de herkomst van de ziekte, alleen waar deze voor het eerst is waargenomen), de varkensgriep bleek ook geen goed alternatief (imagoschade voor varkensvlees of uit geloofsovertuiging). Nu heeft het officieel het Nieuwe Influenza A (H1N1). Makkelijk om te onthouden, rolt lekker over de tong. En inmiddels wereldwijd geaccepteerd. Maar nu zat ik van de week bij een college, waar de docent het opeens had over Swine Flu. Swine Flu? Ik dacht even dat ik toch echt onder die steen gelegen had, want van deze aandoening had ik nog nooit gehoord. Medestudenten haakten echter gelijk in op het onderwerp, dus stond ik daar in mijn eentje met mijn mond vol tanden. Uiteraard betreft het hier ook het Nieuwe Influenza. En duidelijk mag zijn dat dit de algemeen bekende Engelse term is voor de griep. Maar ik heb deze benaming nog nooit in Nederland gehoord. Waar komt de drang vandaan om in college ineens alles in de taal van de wereld te zeggen? Voor ons, Nederlanders, is zoiets realistisch en dicht bij huis toch het fijnste om in de eigen taal te horen? Of heeft dat te maken met het feit dat Journalisten graag doen alsof ze alles weten en alles in het Engels een stukje mooier en interessanter klinkt? Ik weet het niet, maar het klinkt me nog altijd raar in de oren. Mocht ik Nieuwe Influenza A (H1N1) te pakken krijgen, dan zal ik eens goed mijn oren moeten openzetten en kijken welke term er tegen die tijd het meest geaccepteerd is. Voor mij blijf het lekker de 'griep'.

maandag 14 september 2009

Beleving

2005, Ahoy, Rotterdam. Eindelijk ga ik dan mijn favoriete band in concert zien. Maanden heb ik naar deze dag uitgekeken. Ik heb vijf uur voor de evenementenhal gezeten, gelukkig was het mooi weer. Ik had enkel wat te eten en drinken bij me, verder niets. Een paraplu, ja, voor het geval dat. Na een paar uur vormde zich voor de deuren van Ahoy een rechte lijn over het plein van groepjes fans. Mensen die net als ik zo graag vooraan wilden staan. Ja, wat ik al niet overhad voor een band. Maar hoe dan ook is die avond er een die ik niet snel zal vergeten. Ik heb alle zintuigen toen wagenwijd opengezet en ik heb alle indrukken diep in me opgenomen. Ook die van het lauwe bier in mijn nek en het gevoel toen ik flauwviel door de drukte. Het ging er heel anders aan toe bij een concert in december vorig jaar. Toen stond ik niet vooraan en hoewel dat nu niet een van mijn prioriteiten meer is, je maakt een rockconcert dan toch heel anders mee. Het was weer in Ahoy, maar de 'vibe' hoog op de tribunes is heel anders dan op de vloer. Maar daarnaast heb ik het idee dat mijn beleving van die laatste avond in Ahoy heel anders is dan de eerste door een andere factor. Ik heb dit concert namelijk voornamelijk vanaf een beeldscherm bekeken. En niet vanaf de grote monitor omdat ik het podium maar met moeite kon zien, nee vanaf mijn kleine, twee bij drie centimeter grote, schermpje op mijn digitale camera. Ik heb namelijk alles willen vastleggen. Iedere leuke uitspraak, elk mooie danspasje en elke grap wilde ik vereeuwigen in mijn persoonlijke collectie. Want de laatste tijd film ik veel bij concerten. Maar eigenlijk is het zo ontzettend zonde. Als je een concert op een schermpje wilt zien, kun je net zo goed wachten tot de dvd uit is. Dat scheelt ook nog eens een hoop geld. Er gaat een hoop sfeer aan je voorbij als je alleen maar bezig bent met filmen. Je moet er bovendien ook nog eens op letten dat je zelf niet te hard meeblèrt, want ook dát wordt vastgelegd. Die filmpjes kijk ik nooit meer. Wel denk ik vaak terug aan de concerten waar ik met mijn volle verstand bij was. Ik heb me voorgenomen om nooit meer een camera mee te nemen naar een optreden. Alleen op die manier kan ik 100% van een artiest en de muziek genieten en beleef ik het op de manier zoals het bedoeld is.

zaterdag 12 september 2009

Bedmens

Ik ben gek op bedden. Ik kan wegdromen bij mooi opgemaakte bedden in tijdschriften. Ik loop verrukt over de slaapkamer afdeling van de Ikea. Ik heb duizend kussens en kan zo nog een paar leuke dekbedhoezen kopen. Ik hou er van om in bed te liggen, te hangen of te lezen - van midden op de dag tot 's avonds laat. Ik hou alleen minder van het bed opmaken. Ik heb een jaar geleden een tweepersoonsbed gekocht. Hiervóór moesten mijn vriend en ik namelijk elk weekend mijn matras van het bed halen en naast het extra matras op de grond leggen, wilden we lekker knus naast elkaar slapen. Ik heb nu een prachtig bed met een stalen zwarte frame, met bolletjes op de hoeken. Ik ben er helemaal weg van. Maar wat ik me nu al een tijdje afvraag: waaraan geef ik later de voorkeur? Nu vind ik het namelijk heerlijk om naast mijn vriend in slaap te vallen, dicht tegen elkaar aan. Maar ik moet toegeven dat ik het ook wel eens fijn vind om alleen in mijn bed te liggen. Zonder dat je moet oppassen dat je de ander wakker maakt als je je omdraait. En het is al helemaal lastig als je verkouden of ziek bent: bij elke snotter voel ik me minder op mijn gemak omdat ik mijn vriend ook niet uit zijn slaap wil houden. Trouwens, ik word ook wel eens wakker als hij beweegt en het hele bed mee schudt of als hij de dekens van me aftrekt. Het is behelpen. Mijn ouders slapen al zo lang ik me kan herinneren in verschillende bedden. Twee matrassen op twee aparte bedframes die wel tegen elkaar aanstaan. Maar met ieder zijn eigen dekbed. Als je zo lang bij elkaar bent als mijn ouders hoef je misschien inderdaad niet meer zo nodig elke nacht lepeltje-lepeltje te liggen en het schept een stukje privacy, maar ik denk toch dat ik de intimiteit zou missen. Mijn schoonouders daarentegen hebben nog een smal tweepersoonsbed. Zij moeten elkaar geregeld wakker maken, maar niets heeft hen er nog toe gezet om het net als mijn ouders op te lossen. Ik denk dat deze voorkeuren een beetje typerend zijn voor het soort mens dat ze zijn. Mijn ouders verschillen zó van mijn schoonouders. De ouders van mijn vriend raken elkaar vaak liefdevol aan en hoewel ik weet dat mijn ouders veel van elkaar houden, ik zie dat niet vaak bij hen gebeuren. Mijn schoonouders zijn vrijer, opener en ongeremder. Zij doen wat ze willen en halen het niet in hun hoofd om zich te schamen voor wie ze zijn. Ras-Amsterdammers. Mijn ouders zijn Rotterdammers en toch net wat preutser. Je hoort mensen vaak zeggen: ik hoop niet dat ik zo als mijn moeder word! Dát zul je van mij niet horen. Maar het geldt wel voor intimiteitgehalte dat ik hoop nog jaren te hebben: doe mij maar lekker een knus, warm tweepersoonsbed. Ik zou er hele dagen in kunnen blijven liggen.

donderdag 10 september 2009

Hond

Honden. Als ik ergens een hekel aan heb, zijn het honden. Ik ben meer een 'kattenmens', al kan ik dat niet eens zeker weten: ik heb nooit katten gehad en ik vermoed dat als ze dichtbij komen, ik alsnog angstig ben voor die nagels. Trouwens, ik hou helemaal niet van dieren. Ik had vroeger een hamster, Roza, maar toen ze een keer fel in mijn handpalm beet, was mijn liefde voor het kleine beestje ver te zoeken. Ik had ook twee goudvissen, daar ben ik dan wel altijd dol op geweest. Tot de moeder van mijn beste vriendin ze dood liet gaan tijdens een vakantie en mijn moeder ze door de wc spoelde. Maar ik weet in ieder geval zeker dat ik níet van honden hou. In groep acht had ik een vriendinnetje, dat ook bij mij in de straat woonde. We konden het goed met elkaar vinden en we logeerden vaak bij elkaar. Op een ochtend maakten we ontbijt. Ze had twee honden, waar ik eigenlijk niet zo veel problemen mee had. Dacht ik. Die ochtend sprong een van hen tegen me op. Midden in de woonkamer, met haar voorpoten op mijn schouders (bijna) en opeens zo'n grote kop voor me. Ik schrok me wild. Volgens mij heb ik er sinds het incident nooit meer een voet binnengezet. De vriendschap was ook snel over. En nu, jaren later, kan ik alleen maar denken dat het natuurlijk helemaal nergens op sloeg. Een vriendschap laten doodbloeden door iets, is helemaal nergens voor nodig. Maar ik was elf en vond het eng. Ik heb die vriendin geloof ik nooit proberen uit te leggen waarom ik geen zin meer had om langs te komen. Een paar jaar later had mijn beste vriendin ook een hond, een Jack Russell. Toen ik voor het eerst naar haar huis ging, was ik als de dood. Maar ik was ook vastberaden: ik zou zoiets een vriendin niet nog eens aandoen. Ik was er ook heel eerlijk over. Het beestje sprong inderdaad tegen me op, al kwam deze dan niet zo hoog. De zenuwen sloegen toe, maar ik gedroeg me het beste als ik kon en zowaar had ik er daarna helemaal geen problemen meer mee. De hond van mijn vriend is een schatje. Die springt niet en blaft niet regelmatig. Zelfs van het uitlaten kan ik nu genieten. Maar ik moet ook toegeven dat als we dat doen er we komen een grote, loslopende hond tegen, dat ik dan zonder twijfel een blokje om loop. Mijn vriend verklaart me voor gek, maar ik weet het gewoon zeker: doe mij maar een lieve kroelpoes.

woensdag 9 september 2009

Sardientjes

Een keer per week ga ik zwemmen. Ik deed vroeger aan wedstrijdzwemmen (lekker, doordeweeks om vijf uur op), en het zwemgevoel is de laatste tijd weer gaan kriebelen.
Nu is er bij mij in de buurt geen fatsoenlijk wedstrijdbad en moet ik genoegen nemen met drie smalle baantjes van vijftien meter (waarvan een er wordt gebruikt als 'babbelbaan'). Dat is jammer, want voordat ik het gevoel heb dat ik lekker bezig ben, kan ik al weer omkeren. Toch weerhoudt dit mij er niet van om elke week een uur erg mijn best te doen om ten minste veertig baantjes te zwemmen. Maar nu is het zo dat vlak voordat het bad wordt vrijgesteld voor baantjeszwemmers, er een cursus watergym wordt gegeven. Deze vrouwen moeten standaard nog een paar baantjes uitzwemmen. Baan 1 is de babbelbaan, 2 de slow-baan en 3 de speed-baan. Echter niemand geeft daar gehoor aan. Ik zwem altijd met mijn hippe (...) zilveren zwembrilletje op. Niet in de eerste plaats omdat het chloor hardnekkig is, maar ik loop ook de kans om een lens kwijt te raken. Ik moet toch zien waar ik zwem. Geregeld wordt ik afgesneden door iemand die zichzelf heeft wijsgemaakt dat zijn of (voornamelijk) haar zwemkwaliteiten tot zijn recht komen in de speed-baan. En ik wil niet zelfingenomen klinken, maar neem mij niet kwalijk als ik zeg dat deze mensen zichzelf redelijk overschatten. De laatste twee weken (daarvoor was het rustiger in verband met de zomervakantie) zwemmen we, ook in de speed-baan, netjes achter elkaar. Als een lopende band zwemmen we achter elkaar rondjes. Daartussen de vrouwen van de zwemgym. Je kunt je misschien voorstellen, dat dit voor mij erg frustrerend is, aangezien ik ook wel eens lekker hard wil. Tussen de banen door gaat niet, want vrouwen moeten kletsen en zwemmen naast elkaar. De badmeesters kwamen gisteren met iets nieuws: op de zwembadrand stond een bordje met: 'Hier niet babbelen, dames'. Zij hebben namelijk de neiging om aan het einde van elke baan te gaan kletsen. Ik ben gewend (dat is er vroeger ingeramd) om altijd mijn baantjes af te maken en af te tikken. Dat zit er nu dus niet in, want voor je het weet prik je in een kletsende vetrol. Aan het einde van de avond werd het rustiger. Moeders gingen naar huis, diehards bleven achter. Opeens was ik omringd door mannen van middelbare leeftijd die - eveneens met een stoer zwembrilletje op - hun kans pakte om lekker door te zwemmen. Maar plotseling viel het me op: ik was inmiddels wel de sloomste.

dinsdag 8 september 2009

Pasfoto

Ik ben gisteren geslaagd voor mijn theorie examen. Mijn rijschool organiseerde op zaterdag een spoedcursus en op maandag examentraining. 's Middags reden we met de hele groep in een busje naar het CBR. Pasfoto en identiteitsbewijs mee. Ik ben vorige week nog speciaal naar de fotograaf geweest om pasfoto's te laten maken - zo'n lekkere saaie met het haar achter je oor (fijn, zo'n blote billen gezicht). Stiekem probeer ik toch altijd een beetje te lachen, waardoor ik nu met een verwrongen anti-glimlach op de foto sta. En het ergste is nog: deze foto prijkt niet alleen op mijn theoriecertificaat en (hopelijk) snel ook op mijn rijbewijs, maar is ook voor een lange - lange - tijd te zien op mijn rijschool. Ze hebben namelijk een hele muur omgedoopt tot spotpaal voor alle rijleerlingen. Bij aanvang van de cursus moesten we allemaal twee pasfoto's inleveren, waarvan er maar een bij het CBR aankomt. De ander wordt op de muur geplakt en blijft daar vermoedelijk jaren hangen. Voor elke nieuwe leerling is het natuurlijk dolle pret om een bekende te zoeken en je eigen foto te vergelijken met die van anderen. Uiteraard zag ook ik een paar (oude) bekenden: sommige ken ik alleen van gezicht, met anderen ben ik lang bevriend geweest en andere ken ik via via. Zo zijn de foto's van kennis I. en E. netjes boven elkaar gehangen, ze waren destijds een stel. Conclusie: lekker samen theorie cursus volgen en tegelijk theorie examen doen. Gezéllig. Nu is de relatie al lang voorbij en kunnen ze elkaar niet meer luchten of zien. Ook vriendin A. herkende ik, het was zelfs een pasfoto van de middelbare school. Het scheelt: zíj zullen mijn pasfoto in ieder geval niet meer zien hangen (ik ben erg laat begonnen met rijlessen). En ik weet niet of alleen degene die geslaagd zijn voor de theorie worden opgeplakt, of iedereen daartoe een poging doet. Of alleen degene die zijn rijbewijs ook daadwerkelijk haalt. Maar als dat laatste zo is: dan kan ik niet wachten totdat ik met mijn vreselijk verveelde smoel ook eindelijk op de Wall of Fame and Shame wordt geplakt!