De plek waar ik nu terecht ben gekomen is wel heel absurd. Ik moet stage lopen en ik heb het geluk dat ik dat bij een onwijs leuk blad mag doen. Maar het is wel absurd.
Journalisten zijn aparte types, dat weet ik allang. Zo had ik eens een stagebegeleider bij een krant die op enkel colaligt en broodjes kroket leek te leven. Maar muziekjournalisten zijn misschien nog een tikkeltje raarder. Maar daarom ook leuker.
Mijn werkplek is een vloer van een oud Arnhems pand; met hoge plafonds, hoge ramen en een schitterende hal met een oude trap. Maar er vallen ook heel wat andere dingen op.
Zo wordt het niet zo nauw genomen met hygiëne. De prullenbakken wordt weinig geleegd, er is geen zeep (ook niet in de wc), handdoeken en theedoeken maar af en toe verschoond, overal ligt een dikke laag stof op en het is een puinzooi. Bovendien zit er op het raam een platgeslagen wesp, maar nooit is de moeite genomen om die een waardig einde te geven en dus hangt hij daar maar zo'n beetje; met één vleugeltje en een verminkt achterlijf.
De eerste paar dagen dat ik aan een bureau zat (met brandplekken in het bureaublad en een toetsenbord zo smerig dat ik meteen de neiging had om het te gaan ontsmetten), rook ik terpentine. Nu mij dat een beetje onlogisch leek, ben ik mijn neus gevolgd en stuitte ik op de prullenbak, die na jaren van vieze, overvolle zakken te hebben moeten bewaren is gaan stinken naar rottend afval en oude koffie pads.
Overigens moet ik nog iets kwijt wat in deze tijd een beetje raar is. Iets dat 'er is ingeslopen', zo is mij verteld. Bijna iedereen op de werkvloer rookt. Binnen. Óp diezelfde werkvloer. Vandaar die brandvlekken in het bureau. De hele dag stijgen er kringeltjes blauwe rook achter de computers op, ik kan elke avond mijn haar wassen en mijn kleding gaat meteen bij thuiskomst in de was. Ik vraag me af of ik hier ooit aan zal wennen. Ik noem dan ook met reden de naam van dit blad niet.
Oh, er is ook nog een goudvis, die van ongelukkigheid niet eens goud meer is. Hij zwemt in een vierkante bak met spiegelglas, waardoor hij vast in ieder geval niet het idee heeft dat hij alleen is. Heel toepasselijk heeft hij een huisje in de vorm van een doodshoofd in zijn kom liggen, die van vuiligheid zwart is uitgeslagen. Samen met mijn mede-stagiaire heb ik de kom eens een sopje gegeven, en volgens mij wist vis niet wat hem overkwam. Hij leeft overigens nog steeds.
Ik durf bijna geen thee meer te drinken, niet van een bordje te eten of naar de wc te gaan - maar er moet wel gewerkt worden. Dus neem ik elke dag mijn eigen lunch mee en zitter er nu standaard reinigingdoekjes en ontsmettingsmiddel in mijn tas. Als er even niemand kijkt wrijf ik af en toe snel mijn handen schoon aan zo'n doekje en begraaf mijn neus stiekem in mijn handen. Ik wil niet zeuren, ik ben natuurlijk maar de stagiair, maar dit lijdt allemaal wel erg af.
Na drie maanden stage kan ik inmiddels wel zeggen dat ik compleet ben ingeburgerd. Ik erger me nergens meer aan. Na drie maanden zit mijn stageperiode er hier op en ondanks de lange aanpassingtijd zou ik het liefst nog maanden blijven.
Ik heb het geluk dat ik op een ontzettend gezellige redactie terecht ben gekomen. Je zou het niet verwachten op een redactie waar over muziek wordt geschreven, maar het is af en toe zelfs muisstil. Er knalt geen nieuwe plaat door de speakers: alles is redelijk ingetogen en serieus. Tot het moment dat de aandacht van iemand gewenst is en deze persoon te geconcentreerd is: dat wordt er met elastiekjes naar de andere kant van de vloer geschoten - een enkele keer met fatale afloop. Toen ik de eerste keer stagevergoeding kreeg en op mijn bankafschriften keek, stond er bij dat bedrag: 'Welkom bij de club'. En ik voelde me even stiekem heel trots. Want elke maand wordt er door deze club een geweldig blad gemaakt. Stress of geen stress, drama's en frustraties: alles komt voorbij, maar elke maand ligt er een schitterend blad in de winkel. En dat ik die club nu moet gaan verlaten, doet best een beetje pijn.
donderdag 25 november 2010
Popjournalistiek
Hoewel ik nog maar enkele maanden in 'het veld' werk, heb ik al veel leuke dingen van de popjournalistiek mogen meemaken.
Zo mag ik af en toe een grote, dan een wat kleinere en onbekende artiest interviewen. Of een artiest die groot lijkt te gaan worden. Zo was mijn allereerste face to face interview voor het tijdschrift met Adam Grahn van de Zweedse band Royal Republic. Het interview vond plaats in het Amsterdamse Backstage hotel. Een ontzettend leuke plek: boven de bar hangt een drumstel, waarvan enkele onderdelen als lamp fungeren. Met witte stift is er door de gasten die in het hotel verbleven overal een boodschap achtergelaten - op het drumstel, de biljartafel, de piano, tafels, stoelen, muren... Denk bijvoorbeeld aan de jongens van Snow Patrol.
Maar er is daar iets nog veel leuker: het Guitar Hero spel dat is geïnstalleerd. Vlak voor mijn interview met de Belgische indieband The Tellers waren zij aan het spelen en moest ik er ook aan geloven. Dat spel nog nooit eerder gespeeld te hebben, werd ik natuurlijk genadeloos ingemaakt. Maar dat neemt niet weg dat er een super ontspannen sfeer ontstond en dat het super gezellig werd - de beste basis voor een leuk interview.
Het kan ook anders lopen dan verwacht. De middag voor een optreden van Grinderman in Utrecht sprak ik zangeres Anna Calvi, zij verzorgde het voorprogramma. Ik had naar haar plaat geluisterd en natuurlijk research gedaan, waardoor ik een bepaald beeld van haar had gekregen. Zo anders bleek zij in het echt te zijn. Op haar nieuwe single zingt ze iedereen omver met haar krachtige geluid, maar tegenover mij zat een nerveus, verlegen meisje dat haar handen in haar mouwen verstopte.
De allermooiste kans die ik tot nu toe heb gekregen, is het interview dat ik heb mogen doen met My Chemical Romance (later een compleet verslag). Het interview zou plaatsvinden in de Melkweg, met zanger Gerard Way, bassist Mikey Way en gitarist Frank Iero. Gerard was echter ziekjes, dus die zou er niet bij kunnen zijn. Dat betekende niet dat ik niet alsnog stond te springen. My Chemical Romance staat al jaren in de top van mijn favoriete bands, en zo'n interview is de reden dat ik journalistiek ben gaan studeren. Alle politicologie, sociologie en ethiek blijkt het nu opeens allemaal waard te zijn geweest. Bovenin de Melkweg, in de kleedkamers, ontmoette ik Frank en Mikey. Het interview was erg ontspannen. Ik wás natuurlijk wel gespannen, maar zodra ik de kamer binnenstapte verdween dat. Ik had oorspronkelijk twintig minuten de tijd (bij een minder bekende artiest is dat vaak een half uur), maar uiteindelijk mocht ik maar een kwartiertje (wat toch uitliep tot ruim twintig minuten. Dat hangt ook een beetje van de artiest af, ze vonden het blijkbaar ook gezellig). Er wordt altijd gezegd dat Mikey niet veel zegt tijdens interviews, maar hij was behoorlijk spraakzaam. Hij wilde ook echt zijn zegje doen. Ik was er natuurlijk als journalist, maar voelde me toch ook een beetje bewonderaar. Niet moeilijk om die twee te combineren, blijkt.
Een groot voordeel van popjournalist zijn, is de mogelijkheid om gratis bij concerten te zijn en albums te horen voordat ze uit zijn. En natuurlijk niet te vergeten: af en toe doet de kans zich voor om een van je helden te ontmoeten!
Een inzicht geven in hoe het op de redactie gaat, is een verhaal apart. Ik hou het voorlopig even hierbij, maar een inkijkje in de ingewikkelde praktijken van een muziekbladenredactie komt er zeker nog!
Zo mag ik af en toe een grote, dan een wat kleinere en onbekende artiest interviewen. Of een artiest die groot lijkt te gaan worden. Zo was mijn allereerste face to face interview voor het tijdschrift met Adam Grahn van de Zweedse band Royal Republic. Het interview vond plaats in het Amsterdamse Backstage hotel. Een ontzettend leuke plek: boven de bar hangt een drumstel, waarvan enkele onderdelen als lamp fungeren. Met witte stift is er door de gasten die in het hotel verbleven overal een boodschap achtergelaten - op het drumstel, de biljartafel, de piano, tafels, stoelen, muren... Denk bijvoorbeeld aan de jongens van Snow Patrol.
Maar er is daar iets nog veel leuker: het Guitar Hero spel dat is geïnstalleerd. Vlak voor mijn interview met de Belgische indieband The Tellers waren zij aan het spelen en moest ik er ook aan geloven. Dat spel nog nooit eerder gespeeld te hebben, werd ik natuurlijk genadeloos ingemaakt. Maar dat neemt niet weg dat er een super ontspannen sfeer ontstond en dat het super gezellig werd - de beste basis voor een leuk interview.
Het kan ook anders lopen dan verwacht. De middag voor een optreden van Grinderman in Utrecht sprak ik zangeres Anna Calvi, zij verzorgde het voorprogramma. Ik had naar haar plaat geluisterd en natuurlijk research gedaan, waardoor ik een bepaald beeld van haar had gekregen. Zo anders bleek zij in het echt te zijn. Op haar nieuwe single zingt ze iedereen omver met haar krachtige geluid, maar tegenover mij zat een nerveus, verlegen meisje dat haar handen in haar mouwen verstopte.
De allermooiste kans die ik tot nu toe heb gekregen, is het interview dat ik heb mogen doen met My Chemical Romance (later een compleet verslag). Het interview zou plaatsvinden in de Melkweg, met zanger Gerard Way, bassist Mikey Way en gitarist Frank Iero. Gerard was echter ziekjes, dus die zou er niet bij kunnen zijn. Dat betekende niet dat ik niet alsnog stond te springen. My Chemical Romance staat al jaren in de top van mijn favoriete bands, en zo'n interview is de reden dat ik journalistiek ben gaan studeren. Alle politicologie, sociologie en ethiek blijkt het nu opeens allemaal waard te zijn geweest. Bovenin de Melkweg, in de kleedkamers, ontmoette ik Frank en Mikey. Het interview was erg ontspannen. Ik wás natuurlijk wel gespannen, maar zodra ik de kamer binnenstapte verdween dat. Ik had oorspronkelijk twintig minuten de tijd (bij een minder bekende artiest is dat vaak een half uur), maar uiteindelijk mocht ik maar een kwartiertje (wat toch uitliep tot ruim twintig minuten. Dat hangt ook een beetje van de artiest af, ze vonden het blijkbaar ook gezellig). Er wordt altijd gezegd dat Mikey niet veel zegt tijdens interviews, maar hij was behoorlijk spraakzaam. Hij wilde ook echt zijn zegje doen. Ik was er natuurlijk als journalist, maar voelde me toch ook een beetje bewonderaar. Niet moeilijk om die twee te combineren, blijkt.
Een groot voordeel van popjournalist zijn, is de mogelijkheid om gratis bij concerten te zijn en albums te horen voordat ze uit zijn. En natuurlijk niet te vergeten: af en toe doet de kans zich voor om een van je helden te ontmoeten!
Een inzicht geven in hoe het op de redactie gaat, is een verhaal apart. Ik hou het voorlopig even hierbij, maar een inkijkje in de ingewikkelde praktijken van een muziekbladenredactie komt er zeker nog!
woensdag 24 november 2010
Green Day in de bioscoop
Mijn eerste reactie bij de vertoning van een concertregistratie van Green Day in Munich was: te gek! Daar moet ik bij zijn! Het was dan ook wel de moeite waard, maar niet bijzonder.
Maandagavond 22 november draaide Green Day 21st Century Breakdown in Pathé Arena in Amsterdam. Het was maar goed dat ik weken van tevoren al kaartjes had besteld, want de zaal was uitverkocht. Helaas was het een kleine zaal en was de akoestiek niet perfect, waardoor bezoekers niet het maximale uit hun aanwezigheid konden halen. Dit probleem was makkelijk te verhelpen geweest, want aan Green Day lag het niet.
De concertenreeks bij het album 21st Century Breakdown (2009) was weer spetakel, net zoals we van de band hebben gezien bij de American Idiot-tour. De show was tegelijkertijd dan ook niets nieuws. Veel nummers die bij American Idiot werden gespeeld, worden ook nu uit de trucendoos gehaald. De kijker van de concertregistratie zal dit echter niet zo opvallen: veel nummers zijn er uit geknipt. Alleen de nummers van het laatste album, de belangrijkste van de AI-plaat en wat oude klassiekers blijven over (She, When I Come Around, Brain Stew, Jaded - Longview schittert van afwezigheid). Dit resulteert in grove heiligschennis: midden in Jesus Of Suburbia wordt het nummer afgekapt, om de kijker verbrouwereerd achter te laten.
Niets nieuws is dat afgesloten wordt met Good Riddance, maar commentaar op de show laat ik hier achterwege. Vooraf werd beloofd dat het publiek maar liefst negentig minuten zou kunnen genieten van hun helden, maar er blijven er maar 75 van over. Ik hoop eerlijk waar dat op de dvd wat minder is geknipt in een show die zorgvuldig is samengesteld.
Green Day in de bioscoop zien is een aparte gewaarwording. Het publiek zit, op vijf hysterische tienermeiden na, muisstil van de film te genieten. Achteraf volgt een ingetogen applausje. Het is de vraag waarom de band er voor heeft gekozen om de film te vertonen in bioscopen. Het idee is hartstikke leuk, maar valt een beetje in het water doordat er zoveel mist. Wie het concert niet in een theater heeft gezien, zal dat echter niet zo opvallen. En dan blijft er gewoon een lekker rockconcert over, waar je - ook hutjemutje in een volle bioscoopzaal - razend enthousiast van wordt.
Maandagavond 22 november draaide Green Day 21st Century Breakdown in Pathé Arena in Amsterdam. Het was maar goed dat ik weken van tevoren al kaartjes had besteld, want de zaal was uitverkocht. Helaas was het een kleine zaal en was de akoestiek niet perfect, waardoor bezoekers niet het maximale uit hun aanwezigheid konden halen. Dit probleem was makkelijk te verhelpen geweest, want aan Green Day lag het niet.
De concertenreeks bij het album 21st Century Breakdown (2009) was weer spetakel, net zoals we van de band hebben gezien bij de American Idiot-tour. De show was tegelijkertijd dan ook niets nieuws. Veel nummers die bij American Idiot werden gespeeld, worden ook nu uit de trucendoos gehaald. De kijker van de concertregistratie zal dit echter niet zo opvallen: veel nummers zijn er uit geknipt. Alleen de nummers van het laatste album, de belangrijkste van de AI-plaat en wat oude klassiekers blijven over (She, When I Come Around, Brain Stew, Jaded - Longview schittert van afwezigheid). Dit resulteert in grove heiligschennis: midden in Jesus Of Suburbia wordt het nummer afgekapt, om de kijker verbrouwereerd achter te laten.
Niets nieuws is dat afgesloten wordt met Good Riddance, maar commentaar op de show laat ik hier achterwege. Vooraf werd beloofd dat het publiek maar liefst negentig minuten zou kunnen genieten van hun helden, maar er blijven er maar 75 van over. Ik hoop eerlijk waar dat op de dvd wat minder is geknipt in een show die zorgvuldig is samengesteld.
Green Day in de bioscoop zien is een aparte gewaarwording. Het publiek zit, op vijf hysterische tienermeiden na, muisstil van de film te genieten. Achteraf volgt een ingetogen applausje. Het is de vraag waarom de band er voor heeft gekozen om de film te vertonen in bioscopen. Het idee is hartstikke leuk, maar valt een beetje in het water doordat er zoveel mist. Wie het concert niet in een theater heeft gezien, zal dat echter niet zo opvallen. En dan blijft er gewoon een lekker rockconcert over, waar je - ook hutjemutje in een volle bioscoopzaal - razend enthousiast van wordt.
zondag 7 november 2010
Jimmy Eat World @ Melkweg 3 nov
Dat de Amerikaanse alternatieve rockband Jimmy Eat World met hun nieuwe album Invented de plank compleet misslaat, blijkt wel uit het concert dat zij woensdag 3 november gaven in de Melkweg, Amsterdam. Oude nummers konden rekenen op enthousiaste reacties uit het publiek, bij de nieuwe nummers bleef het angstvallig stil.De band opent met het altijd opzwepende Bleed American. Dat is typisch: veel bands met een nieuw album openen met het sterkste nummer van die plaat. Dat Jimmy dit nummer als opener neerzet, zegt iets over hoe zij zelf tegen het album aankijken (ze zullen wel weten dat ze zich dit keer niet profileren als 'alternatieve rockband').
Invented is compleet anders dan voorgaande platen van JEW. Waar je vroeger kon rekenen op uptempo nummers met veel gitaarspel, nu zijn de teksten en de tonen softjes. Dat is jammer, want ik keek echt uit naar een spetterend nieuw exemplaar. Zanger Jim Adkins schreef de songs voor Invented vanuit character writing. Hij bekeek foto's en schreef daar verhalen bij. Het is een totaal andere aanpak en zeker komen er interessante nummers uit. Maar dat is veelal geen passend geluid bij het bestaande JEW repertoire.
Even vroeg ik mij af of het aan mij lag. Misschien willen fans van de band zo'n verandering wel graag zien. Maar het blijkt tijdens het concert het tegenover gestelde. Alleen tijdens het ene betere nummers op de plaat (de eerste single My Best Theory) gedraagt het publiek zich zoals het hoort bij een rockconcert. De andere nummers lenen zich daar niet voor, waardoor het gros van het publiek met zijn armen over elkaar naar het viertal staat te kijken.
The Middle, Futures, Always Be, A Praise Chorus en Hear You Me zijn klassiekers en brengen de toeschouwers in beweging. Het nummer Action Needs An Audience, gezongen door gitarist Tom Linton is al helemaal een misser. Ik word er niet warm of koud van.
Het is allemaal een beetje jammer. Ik wilde JEW graag live zien: de laatste keer dat ik ze op het podium zag was als voorprogramma van Green Day in 2005. Daarna zijn ze voor mij uitgegroeid tot een van mijn favoriete bands, maar dat plekje zullen ze nu aan iemand anders moeten afstaan. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder bij een concert ben weggegaan, maar Jimmy kon mij geen minuut langer vermaken. Zonde dat ik Sweetness heb gemist; ik weet zeker dat ze die gespeeld hebben en dat het publiek razend enthousiast zal zijn geweest. Maar eerlijk is eerlijk: vier dagen eerder zag ik My Chemical Romance en iets moet wel héél goed zijn, wil het die ervaring overtreffen.
Labels:
feest,
jimmyeatworld,
journalistiek,
liefde,
maatschappij,
muziek,
student
donderdag 4 november 2010
My Chemical Romance @ Melkweg 30 okt
Bijna barst de Danger Days gekte lost. Maar dat het al een beetje broeit, was zaterdagavond voelbaar in de Melkweg, Amsterdam. My Chemical Romance trad daar op, ter promotie van hun nieuwe album dat op 19 november uitkomt. Danger Days: The True Lives Of The Fabulous Killjoys vertelt het verhaal van vier helden in de woestijn van California. Ze strijden met hun rayguns tegen al het kwaad dat commerciële partijen loslaten in de wereld, behelst in het bedrijf Better Living Industries. Als een ware Charlie fungeert de pirate radio DJ Dr. Death Defying om ze de weg te wijzen.
Tijdens het concert was weinig van de Killjoys te zien. Fans kwamen al wel in vol ornaat (inclusief maskers en rood geverfd haar - erg origineel), maar de (inmiddels) vier mannen van MCR waren lekker zichzelf. Ze begonnen met de eerste single van de nieuwe plaat: Na Na Na. Het was een lekkere binnenkomer, precies alles wat we bijna drie jaar hebben moeten missen. MCR kon lang teren op het succes van The Black Parade, maar nu houdt iedereen zijn adem in voor het nieuwe album. De verwachtingen zijn hoog. Er zijn al een paar tipjes van de sluier opgelicht, uiteraard: de single Na Na Na, de bijbehorende videoclip, de release van het nummer The Only Hope Fore Me Is You en voorproefje van het nummer Planetary (GO!). De release van tweede single SING komt er bijna aan. Het belooft allemaal veel goeds. Fans en critici staan te springen: óf om het de grond in te boren (dat doet critici nu eenmaal graag), óf om het te omarmen. Ik denk dat laatste. Als een van de weinige in Nederland heb ik het album alvast mogen horen, en ik kan met zekerheid zeggen: absoluut de moeite waard. Totaal anders, dat zeggen ze zelf ook, maar toch net zo creatief als je van de band gewend bent. Ze slaan een andere weg in, maar dat is precies wat we van de band verwachten. MCR fans, of Killjoys, zoals ze nu worden genoemd, houden van verandering. MCR geeft ze precies wat ze willen.
Het vetrek van Bob heeft zwaar gewogen voor het eindresultaat van Danger Days. Maar op het podium is hij, eerlijk is eerlijk, geen groot gemis. De vervangende drummer - die overigens nog niet de officiële vervanger is - slaat zijn mannetje en rockt net zo hard als de rest. Bassist Mikey valt op door zijn glitterbass en Frank is als vanouds heerlijk om te zien. Ray krijgt misschien lang niet zo veel aandacht als hij eigenlijk verdient voor al zijn harde werk. Want zanger Gerard staat de hele show in het middelpunt. Hij is zichtbaar vermoeid: hij drinkt koffie, een rode neus en af en toe verliest hij slijm waarvan hij zelf niet weet waar het vandaan komt. Hij heeft overduidelijk een griepje te pakken, maar hij doet zijn best om toch stevig op het podium te staan. Als je niet zou weten dat hij keurig getrouwd is, zou je hele andere dingen over de beste man kunnen hebben. De zanger heeft nogal verwijfde trekjes, waar het publiek dol enthousiast van wordt. Hij is duidelijk nog steeds het sekssymbool dat hij jaren geleden is geworden. Met zijn rode haar verwerft hij een nieuw soort status: was hij de mysterieuze figuur van The Black Parade, nu is hij een rebelse antiheld als zijn karakter Party Poison.
Van het nieuwe album speelden ze vijf nummers: The Only Hope For Me Is You, DESTROYA en The Kids From Yesterday. DESTROYA komt in de buurt van wat ze op hun eerste album graag deden: lekker hardere rock zonder melodieuze stukjes. Dat ze geen afstand nemen van dat album I Brought You My Bullets, You Brought Me Your Love is duidelijk als ze het nummer Our Lady Of Sorrows spelen: beter dan ooit eerder. Opeens weet je hoe dat nummer éigenlijk is bedoeld. Dat MCR sowieso veel beter vaart op een live publiek dan dat ze het moeten hebben van een album, blijkt uit de energie die Gerard lijkt te krijgen als de zaal losgaat. Ze spelen veel van The Black Parade. Welcome To The Black Parade, Momma (Gerard: "Amsterdam is the kind of city this song has been written for,"), Cancer (een prachtige act van Gerard alleen), Sleep, Famous Last Words en Teenagers komen voorbij. Van Three Cheers For Sweet Revenge wordt het publiek ook nog steeds warm: I'm Not Okay wordt zo luid meegezongen dat het dak er af gaat. Het is het nummer waar MCR bekend mee is geworden en waar het al het succes zo'n beetje aan dankt. Alle twintigers die nu bij de show zijn, zaten in de moeilijkste periode van hun leven toen dat nummer uitkwam.Ook Thank You For The Venom, Famous Last Words, You Know What They Do To Guys Like Us In Prison en Helena kwamen voorbij.
Het was een prachtige verzameling van alle hoogtepunten van MCR. Een band als deze krijgt de waardering die ze verdient in een podium als de Melkweg: de Heineken Music Hall doet de intieme kant die ze ook hebben teniet. Iedereen die er bij was, mag zich gelukkig prijzen.
Set List:
Tijdens het concert was weinig van de Killjoys te zien. Fans kwamen al wel in vol ornaat (inclusief maskers en rood geverfd haar - erg origineel), maar de (inmiddels) vier mannen van MCR waren lekker zichzelf. Ze begonnen met de eerste single van de nieuwe plaat: Na Na Na. Het was een lekkere binnenkomer, precies alles wat we bijna drie jaar hebben moeten missen. MCR kon lang teren op het succes van The Black Parade, maar nu houdt iedereen zijn adem in voor het nieuwe album. De verwachtingen zijn hoog. Er zijn al een paar tipjes van de sluier opgelicht, uiteraard: de single Na Na Na, de bijbehorende videoclip, de release van het nummer The Only Hope Fore Me Is You en voorproefje van het nummer Planetary (GO!). De release van tweede single SING komt er bijna aan. Het belooft allemaal veel goeds. Fans en critici staan te springen: óf om het de grond in te boren (dat doet critici nu eenmaal graag), óf om het te omarmen. Ik denk dat laatste. Als een van de weinige in Nederland heb ik het album alvast mogen horen, en ik kan met zekerheid zeggen: absoluut de moeite waard. Totaal anders, dat zeggen ze zelf ook, maar toch net zo creatief als je van de band gewend bent. Ze slaan een andere weg in, maar dat is precies wat we van de band verwachten. MCR fans, of Killjoys, zoals ze nu worden genoemd, houden van verandering. MCR geeft ze precies wat ze willen.
Het vetrek van Bob heeft zwaar gewogen voor het eindresultaat van Danger Days. Maar op het podium is hij, eerlijk is eerlijk, geen groot gemis. De vervangende drummer - die overigens nog niet de officiële vervanger is - slaat zijn mannetje en rockt net zo hard als de rest. Bassist Mikey valt op door zijn glitterbass en Frank is als vanouds heerlijk om te zien. Ray krijgt misschien lang niet zo veel aandacht als hij eigenlijk verdient voor al zijn harde werk. Want zanger Gerard staat de hele show in het middelpunt. Hij is zichtbaar vermoeid: hij drinkt koffie, een rode neus en af en toe verliest hij slijm waarvan hij zelf niet weet waar het vandaan komt. Hij heeft overduidelijk een griepje te pakken, maar hij doet zijn best om toch stevig op het podium te staan. Als je niet zou weten dat hij keurig getrouwd is, zou je hele andere dingen over de beste man kunnen hebben. De zanger heeft nogal verwijfde trekjes, waar het publiek dol enthousiast van wordt. Hij is duidelijk nog steeds het sekssymbool dat hij jaren geleden is geworden. Met zijn rode haar verwerft hij een nieuw soort status: was hij de mysterieuze figuur van The Black Parade, nu is hij een rebelse antiheld als zijn karakter Party Poison.
Van het nieuwe album speelden ze vijf nummers: The Only Hope For Me Is You, DESTROYA en The Kids From Yesterday. DESTROYA komt in de buurt van wat ze op hun eerste album graag deden: lekker hardere rock zonder melodieuze stukjes. Dat ze geen afstand nemen van dat album I Brought You My Bullets, You Brought Me Your Love is duidelijk als ze het nummer Our Lady Of Sorrows spelen: beter dan ooit eerder. Opeens weet je hoe dat nummer éigenlijk is bedoeld. Dat MCR sowieso veel beter vaart op een live publiek dan dat ze het moeten hebben van een album, blijkt uit de energie die Gerard lijkt te krijgen als de zaal losgaat. Ze spelen veel van The Black Parade. Welcome To The Black Parade, Momma (Gerard: "Amsterdam is the kind of city this song has been written for,"), Cancer (een prachtige act van Gerard alleen), Sleep, Famous Last Words en Teenagers komen voorbij. Van Three Cheers For Sweet Revenge wordt het publiek ook nog steeds warm: I'm Not Okay wordt zo luid meegezongen dat het dak er af gaat. Het is het nummer waar MCR bekend mee is geworden en waar het al het succes zo'n beetje aan dankt. Alle twintigers die nu bij de show zijn, zaten in de moeilijkste periode van hun leven toen dat nummer uitkwam.Ook Thank You For The Venom, Famous Last Words, You Know What They Do To Guys Like Us In Prison en Helena kwamen voorbij.
Het was een prachtige verzameling van alle hoogtepunten van MCR. Een band als deze krijgt de waardering die ze verdient in een podium als de Melkweg: de Heineken Music Hall doet de intieme kant die ze ook hebben teniet. Iedereen die er bij was, mag zich gelukkig prijzen.
Set List:
Na Na Na
Thank You For The Venom
Planetary (GO!)
Famous Last Words
I’m Not Okay
Our Lady of Sorrows
I Don’t Love You
You Know What They Do To Guys Like Us In Prison
The Only Hope For Me Is You
DESTROYA
Welcome To The Black Parade
Helena
Mama
Teenagers
The Ghost Of You
Sleep
Cancer
The Kids From Yesterday
Abonneren op:
Posts (Atom)

