zondag 18 oktober 2009

Truus

Mijn vader heeft heel lang gevochten tegen de TomTom. Jaren nadat iedereen al zo’n ding had gekocht, riep hij hoog en laag dat hij er nooit aan mee zou doen. Maar nu rijdt hij op vakantie niet eens naar een Albert Heijn zonder het adres ingevoerd te hebben. Wat is er van zijn idealen over? Het begon met een vakantie naar Italië. Ja, dan was het toch wel handig. En het heeft zijn nut bewezen, ook wat betreft mijn vader. Duizend kilometer van huis blijkt het apparaatje nog net zo goed te werken als in eigen land en mijn ouders hebben er op verschillende bergen en onbekende weggetjes in Florence dan ook genoeg profijt van gehad. Maar er zit ook een nadeel aan de technologie. Ik krijg regelmatig van mijn rijinstructeur te horen dat je bij het examen een opdracht uit moet voeren, denk aan: eerste rechts, derde links, alsmaar rechtdoor en dan bij de rotonde de derde afslag. Aangezien ik het geheugen heb van een goudvis (deze heeft een geheugen van drie seconden - dus een glazen kom is niet zielig: een goudvis denkt steeds opnieuw: ooh wat interessant hier, wat leuk - een observatie van Paulien Cornelisse, dacht ik), is dat voor mij nog best wel lastig. Een TomTom maakt zo’n opdracht een stuk makkelijker: hij geeft de route aan, maar stuurt je bovendien geen weggetjes in waar je niet in mag. Zonder Tom, moet je zelf opletten of een weg eenrichtingsverkeer is, of iets dergelijks. Voor mijn geheugen is de Tom een wereldwonder, voor mijn concentratievermogen een hel. Ik ben al zo verschrikkelijk snel afgeleid (als iemand een uitzonderlijk boeiend verhaal tegen me verteld en ik hoor in de omgeving iets anders interessants, luister in ongegeneerd met die ander mee – erg asociaal tegenover mijn gesprekspartner) en als ik dan ook nog op een éxtra ding moet letten tijdens het autorijden, kun je me afschieten. Ik heb al moeite met schakelen en tegelijkertijd dat fietspad in de gaten te houden. Enfin, als ik dan ook nog naar Tom moet kijken (luisteren voldoet ook, maar ik vertrouw de beschrijving nooit zo goed), gaat het allemaal mis. Ook wordt je er wellicht lui van. Kijk naar mijn vader. Met zo’n Tom hoef je nooit meer op borden te letten. Wel een voordeel: mijn moeder hoeft geen kaart meer te lezen. Dat was vroeger altijd de bron van familieruzies, boze uitspraken van mijn vader (‘Bedoel je rechts, of links? Dat is li-hinks!’ of ‘Ja, waar dan? Ik zie het toch niet! Zeg dan waar!’) en het gevolg: een chagrijnig kind op de achterbank. Toch zijn er momenten dat de Tom niet zo handig is. De weg van het Groene Hart naar Limburg is bijvoorbeeld verschrikkelijk. Mijn vader noemt de A2 de grootste bouwput van Nederland. Er wordt aangeraden om de navigatie uit te zetten. En dat is maar goed ook: Truus (sinds mijn vader een nieuwe auto heeft met ingebouwde navigatie, hoeven wij niet meer te luisteren naar Tom; daarvoor in de plaats is een vrouw met een aardappel in haar keel gekomen – bij gebrek aan beter noemen wij haar Truus) is helemaal van slag en roept om de haverklap zenuwachtig: ‘Probeer om te keren’. Aan het einde van de alle commotie kan ze opgelucht ademhalen. En wij glimlachen dan ook even bij het zien van het bordje: ‘Bedankt voor uw begrip’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten